RAR 2010/102
Kennelijk onredelijk ontslag. Vanaf wanneer geldt de op grond van art. 7:658a BW geldende verplichting voor de werkgever om, indien nodig, extern te re-integreren?
HR 21-05-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5217
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2010
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
08/04539
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
BL5217
- JCDI
JCDI:ADS874541:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Verplichtingen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BL5217, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL5217, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑02‑2010
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑10‑2008
- Wetingang
BW art. 7:658a, 681; Wet REAart. 8
Essentie
Kennelijk onredelijk ontslag. Re-integratie.
Vanaf wanneer geldt de op grond van art. 7:658a BW geldende verplichting voor de werkgever om, indien nodig, extern te re-integreren?
Samenvatting
Werknemer is gedurende bijna 25 jaar bij Blokker werkzaam geweest als bedrijfsleider. In november 2002 viel hij definitief uit met knie- en schouderklachten. Hem werd vervolgens een WAO-uitkering toegekend voor de arbeidsongeschiktheidsklasse 35-45%. Nadat Blokker tot de conclusie was gekomen dat binnen haar bedrijf voor werknemer geen passende arbeid voorhanden was, heeft zij aan CWI toestemming verzocht om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Na verkregen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.