NJB 2025/311:Vordering benadeelde partij van immateriële schade, art. 51f Sv jo art. 6:106 BW: herhaling en toepassing HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793. Toereikende motivering door het hof van de volledige toewijzing van immateriële schade, erop gelet dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte benadeelde omver heeft geduwd en hem vervolgens meermalen tegen het hoofd heeft geschopt en geslagen, dat dit geweld op benadeelde een flinke impact heeft gehad en dat hij fysieke gevolgen van het geweld heeft ervaren in de vorm van hoofdpijn- en duizeligheidsklachten. De Hoge Raad neemt daarbij in aanmerking dat door de verdediging in hoger beroep niet meer is aangevoerd dan dat ‘de gevorderde immateriële schade sterk zou moeten worden gematigd, nu deze niet goed is onderbouwd’ en dat zij dus niet heeft betwist dat benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde het door het hof vastgestelde letsel heeft opgelopen. A-G: anders.