Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.4.1
6.4.1 Rechtbanken
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267420:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Overijssel 28 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:1827 (X/Deventer).
Rb. Overijssel 18 juli 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2496, r.o. 6.2.
In vergelijkbare gevallen werd een verzoek om schadevergoeding niet inhoudelijk besproken, maar doorverwezen naar de burgerlijke rechter. Rb. Rotterdam 27 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4265 (X/Regionale Belasting Groep); Rb. Midden-Nederland 15 november 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:5430 (X/Gemeente Almere).
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV).
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV), r.o. 7.
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV), r.o. 18 (4e-5e alinea).
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV), r.o. 17.
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV), r.o. 18 (3e alinea).
Het is echter niet geheel duidelijk in hoeverre die verordening-conforme interpretatie daarvoor zorgt. De betrokkene kon de persoonsaantasting met concrete gegevens onderbouwen. Door de normschending (de brief van het UWV) ondervond de betrokkene concrete gevolgen (angst en stress). Ook conform de hoofdregel van het EBI-arrest had de betrokkene recht op een schadevergoeding.
Rb. Amsterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6490 (X/UWV), r.o. 18 (6e-7e alinea).
Rb. Noord-Nederland 15 januari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (X/NDC Mediagroep).
Rb. Noord-Nederland 15 januari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (X/NDC Mediagroep), r.o. 4.102-4.104.
Rb. Noord-Nederland 15 januari 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247 (X/NDC Mediagroep), r.o. 4.105-4.107.
X/Deventer1
De betrokkene deed twee Wob-verzoeken bij de gemeente Deventer. Ambtenaren informeerden per e-mail vervolgens andere bestuursorganen over deze Wob-verzoeken en deelden ook NAW-gegevens van de betrokkene. Na een inzageverzoek van de betrokkene vermeldde de gemeente niets over de doorgifte van de gegevens. De bestuursrechter van de rechtbank Overijssel bepaalde reeds in een eerdere procedure dat de gemeente onrechtmatig handelde.2 In een nieuwe procedure (betreffende een verzoek om schadevergoeding) oordeelt de bestuursrechter dat de betrokkene als gevolg van de doorgifte in zijn persoon is aangetast wegens ‘verlies van controle over zijn persoonsgegevens’.3 Hij heeft op grond van artikel 82 AVG ‘in samenhang’ met artikel 6:106 BW recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. De rechtbank Overijssel acht een schadevergoeding van € 500 billijk.4
X/UWV5
De betrokkene kreeg een burn-out bij haar oude werkgever. Het UWV stuurde (in plaats van haar oude werkgever) haar nieuwe werkgever een ‘attenderingsbrief’ waarin stond dat de betrokkene reeds geruime tijd ziek was en dat zij binnenkort gerechtigd was tot een WIA-uitkering. De rechtbank Amsterdam overweegt dat het UWV heeft verzuimd een controle te doen op de juistheid van de mededeling en van de geadresseerde, waardoor het UWV in strijd handelde met artikel 32 lid 2 AVG. Volgens de rechtbank is er bij de betrokkene sprake van verlies van controle over haar persoonsgegevens, omdat medische persoonsgegevens zonder haar toestemming bekend zijn geworden bij haar nieuwe werkgever. Dit verlies kan leiden tot ‘ernstige nadelige gevolgen’ voor de betrokkene.6
De rechtbank oordeelt dat de betrokkene recht heeft op een vergoeding van immateriële schade. De rechtbank stelt vast dat collega’s bij de nieuwe werkgever van de betrokkene op de hoogte raakten van haar ziekte tijdens haar vorige dienstverband en dat de nieuwe werkgever de brief ontving in de periode waarin beslist werd over het verlengen van haar dienstverband. Deze feiten veroorzaakten angst en stress bij de betrokkene.7
De rechtbank noemt in haar overwegingen eerst het EBI-arrest.8 Zij zegt vervolgens dat in de AVG ‘uitgangspunten’ zijn geformuleerd voor de beoordeling van de schending, de schade en het causaal verband daartussen. Zij signaleert daarbij dat de AVG als uitgangspunt heeft dat schade ruim wordt uitgelegd (overweging 146 AVG). Dit betekent dat artikel 6:106 lid 1 BW voor zover nodig ‘verordening-conform’ dient te worden uitgelegd.9
Een verordening-conforme uitleg van artikel 6:106 lid 1 BW brengt met zich dat de betrokkene recht heeft op schadevergoeding.10 Volgens de rechtbank zorgde de schending van de AVG voor ‘reële en niet verwaarloosbare nadelen’ en trof het belangen die de AVG beschermt. Omdat alle schade moet worden vergoed en ruim moet worden uitgelegd, betekent dit dat ook geringe (reële) schade voor vergoeding in aanmerking komt. Hoewel het verlies van controle over haar persoonsgegevens betreffende haar burn-out blijvend is, zijn de gegevens alleen kenbaar geworden voor collega’s, en had dit geen gevolgen voor haar economische of maatschappelijke positie. Daarnaast waren de angst en stress van korte duur.11 De rechtbank komt daarom tot een bedrag van € 250.
X/NDC Mediagroep12
De betrokkene publiceerde als journalist van de NDC Mediagroep een artikel over een verhuurder van onroerend goed op zijn weblog, op Facebook en in de krant. De verhuurder vordert onder meer verwijdering en rectificatie van het artikel. De betrokkene vordert in reconventie schadevergoeding, omdat de verhuurder in het kader van de procedure een uittreksel van de basisregistratie van de betrokkene heeft opgevraagd en dit via Facebook verstrekte aan een derde.
De rechtbank Noord-Nederland overweegt dat er sprake is van een verlies van controle over persoonsgegevens, omdat de gegevens van de betrokkene zonder toestemming aan een derde zijn verstrekt. Omdat het controleverlies tot ernstige nadelige gevolgen kan leiden, heeft de betrokkene ‘groot belang bij bescherming van zijn persoonsgegevens en controle op de rechtmatigheid van de ontvangst daarvan door derden’. Het feit dat de derde aangeeft niets met de gegevens te zullen doen, doet hier niets aan af.13
De betrokkene zegt dat hij en zijn partner veel negatieve effecten ondervonden van het handelen van de verhuurder. De betrokkene specificeert die negatieve effecten echter niet. Hoewel de rechtbank zegt dat de betrokkene die negatieve gevolgen inzichtelijk had moeten maken, oordeelt zij dat de betrokkene op grond van artikel 82 AVG recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Volgens de rechtbank is er sprake van ‘een schending van een fundamenteel recht, die naar zijn aard en gelet op de ernst daarvan meebrengt dat aanspraak bestaat op vergoeding van schade’. Ook zegt zij dat alle schade moet worden vergoed en dat schade volgens de AVG ruim moet worden uitgelegd, wat volgens haar betekent ‘dat het enkele feit dat de schade niet exact gepreciseerd kan worden en mogelijk relatief gering van omvang is geen grond kan vormen om elke aanspraak daarop af te wijzen’. Ook is het volgens de rechtbank ‘aannemelijk’ dat de betrokkene negatieve effecten heeft ervaren, zoals angst en stress. Mede omdat het verlies van controle zich beperkte tot een medewerker van de verhuurder en één derde acht de rechtbank een bedrag van €250 passend en billijk.14