RAR 2023/3
Aanzegboete. Is werkgever de aanzegvergoeding ook verschuldigd als werknemer geen nadeel heeft ondervonden van de niet-schriftelijke aanzegging?
HR 07-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1374
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 oktober 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
21/03692
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS681044:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1374, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:418, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑04‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
Aanzegvergoeding. Aanzegplicht. Schriftelijkheidseis. Redelijkheid en billijkheid.
Is het beroep van werknemer op de verschuldigdheid van de aanzegvergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, wanneer de werkgever alleen mondeling heeft aangezegd en de werknemer geen nadeel heeft ondervonden van de niet-schriftelijke aanzegging?
Samenvatting
Werknemer is op 1 mei 2019 in dienst getreden bij de werkgever voor bepaalde tijd, tot 1 december 2019. Op 30 oktober 2019 heeft de werkgever in een gesprek op kantoor aan de werknemer medegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd per 1 december 2019. De werknemer had per 1 december 2019 een andere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.