Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.4.3:7.4.3 Verkoop voor uitvoer
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.4.3
7.4.3 Verkoop voor uitvoer
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258529:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advisory Opinion 14.1. Meaning of the expression “sold for export to the country of importation”. (Adopted 9th Session, 8 March 1985, 32.350).
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237, r.o. 11.
HvJ EU 9 november 2017, nr. C-46/16 (,LS Customs Service’’ SIA), ECLI:EU:C:2017:839.
HvJ EU 9 november 2017, nr. C-46/16 (,LS Customs Service’’ SIA), ECLI:EU:C:2017:839, r.o. 33.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen ter bepaling van de douanewaarde moet het gaan om een verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie. Derhalve is het op het moment dat de goederen ten invoer worden aangegeven in het douanegebied van de Europese Unie noodzakelijk om vast te stellen of aan de invoer een transactie vooraf is gegaan die aan te merken is als verkoop (onderdeel 7.4.2) en of deze verkoop is gericht op uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie. Ondanks dat de invoer van de goederen in het douanegebied van de Europese Unie verondersteld dat de goederen zijn uitgevoerd uit een derde land, hoeft de verkoop niet op het tijdstip plaats te vinden dat de goederen zich nog in het land van uitvoer bevinden.1 Het moment waarop de verkoop tot stand komt, mag ook plaatsvinden op het moment dat de goederen zich bevinden op ‘high seas’.
In het arrest Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster2 merkt het Hof van Justitie op dat:
“[…] Het criterium „verkoop voor uitvoer" betreft de goederen en niet de plaats van vestiging van de verkoper. Gezien in zijn context impliceert deze term, dat op het ogenblik van de verkoop moet vaststaan, dat de goederen vanuit een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap zullen worden gebracht. […]”
De vestigingsplaats van de betrokken partijen is bij een verkoop voor uitvoer dus niet van belang. Van belang is dat de goederen worden verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie en niet naar een ander douanegebied zoals aan de hand in het,,LS Customs Service’’ SIA-arrest.3In deze zaak werden goederen verkocht voor uitvoer naar Rusland. De goederen werden vanuit China verscheept naar het grondgebied van de Europese Unie. Daar aangekomen werden zij geplaatst onder de bijzondere regeling extern douanevervoer. Bij gebreke van bewijs van beëindiging van het vervoer onder schorsing, stelden de douaneautoriteiten in Letland zich op het standpunt dat de goederen waren onttrokken aan het douanetoezicht. Daarop ontstond de vraag of de transactiewaarde van de ingevoerde goederen (lees: de verkoopprijs voor uitvoer naar Rusland) kon dienen als grondslag voor het berekenen van de verschuldigde invoerrechten, antidumpingrechten en btw bij invoer. Het Hof van Justitie overwoog daarop:4
“[…] een prijs die overeenstemt met de verkoop van voor een derde land bestemde goederen, wanneer zij tijdens het vervoer op het douanegebied van de Unie zijn onttrokken aan het douanetoezicht, [geeft] niet de reële economische waarde van het goed weer.”
Op basis van voornoemde reden, oordeelt het Hof van Justitie dat in zo’n geval de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet kan worden gebruikt voor de vaststelling van de douanewaarde. Dit is naar mijn mening ook billijk en rechtvaardig, omdat goederen door de marktomstandigheden in het douanegebied waarvoor de goederen bestemd zijn ertoe leiden dat een andere economische waarde aan de goederen toegekend zal worden.
Indien er meer verkopen plaatsvinden die zijn gericht op uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie kan overeenkomstig artikel 128, lid 1, UDWU alleen de laatste verkoop dienen als verkoop voor uitvoer. Indien er geen verkoop plaatsvindt voordat de goederen fysiek het grondgebied van de Europese Unie bereiken en worden verkocht terwijl de goederen zich bevinden in tijdelijke opslag of onder een andere bijzondere regeling zijn geplaatst dan de regeling intern douanevervoer, bijzondere bestemming of passieve veredeling, wordt de transactiewaarde op basis van die verkoop vastgesteld overeenkomstig artikel 128, lid 2, UDWU. Op de vaststelling van de transactiewaarde van ingevoerde goederen bij opeenvolgende leveringen ga ik in hoofdstuk 9 nader in.