Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/10.1.1
10.1.1 Ontstatelijking en verstatelijking: een slingerbeweging
mr. dr. N. Jak, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. N. Jak
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie N. Jak, ‘Bestuursrechtelijke rechtsbescherming jegens private aanbieders. Het sociaal domein als proeftuin’, NTB 2018/49.
J. van den Brink & W. den Ouden, ‘De subsidie nieuwe stijl. Publiek geld verplicht?’, NJB 2016/2000; W. den Ouden, ‘Het coöperatieve bestuursorgaan’, NTB 2016/52; J. van den Brink & W. den Ouden, ‘Invest-NL. Bankieren met € 2,5 miljard publiek geld; welke regels gelden er eigenlijk?’, NJB 2018/1100.
Onder semipublieke instellingen versta ik privaatrechtelijke rechtspersonen die een publiek belang behartigen of institutioneel verbonden zijn met traditionele overheidsinstellingen als de Staat, gemeenten en provincies. Die verbinding vindt doorgaans haar grondslag in verschillende institutionele beïnvloedingsmogelijkheden die de overheid ter beschikking staan, zoals het gebruik van wettelijke dan wel statutaire aanwijzingsbevoegdheden, goedkeuringsbevoegdheden en benoemingsrechten. Daarnaast kan de institutionele verbondenheid voortvloeien uit een financiële relatie met de overheid.
Concept wetsvoorstel Wet Publiekrechtelijke omvorming ProRail (https://www.internetconsultatie.nl). Een ander voorbeeld is de omvorming van Stichting Airport Coordination Netherlands (SACN), die verantwoordelijk is voor het toewijzen van slots aan de luchtvaartmaatschappijen op drie slotgecoördineerde luchthavens in Nederland, van een privaatrechtelijk zbo naar een publiekrechtelijk zbo. Achtergrond hiervan is het kabinetsbeleid voor zbo's, dat publiekrechtelijke vormgeving tot uitgangspunt neemt. Kamerstukken II 2018/19, 35060, 1-4. Zie over het kabinetsbeleid inzake zbo's S.E. Zijlstra, ‘De maakbare overheid. Nieuw beleid inzake zelfstandige bestuursorganen’, NTB 2014/37.
N.H. van Amerongen, ‘De semipublieke sector in de Wet normering topinkomens, inzichten voor het algemeen bestuursrecht’, NTB 2018/59.
N. Jak, ‘Semipublieke instellingen en de Wet open overheid’, NJB 2016/1475.
Zie de moties die zijn ingediend bij het debat over de verhoging van de beloning van de bestuursvoorzitter van ING in 2018. Kamerstukken II 2017/18, 32013, 175-188.
Tegenwoordig worden publieke belangen niet alleen door de traditionele overheidsinstellingen behartigd. In toenemende mate zijn daarbij ook private rechtspersonen door de overheid ingeschakeld. De verwezenlijking van publieke belangen wordt aldus ontstatelijkt. Private rechtspersonen worden speciaal door de overheid opgericht. Te denken valt aan een privaat afvalbeheerbedrijf waarvan diverse gemeenten aandeelhouder zijn. Ook wordt openbaar gezag toegekend aan private rechtspersonen. Een bekend voorbeeld is het garagebedrijf belast met het verrichten van APK-keuringen. Een onderwerp dat momenteel volop in de belangstelling staat, is de uitbesteding aan private aanbieders van de feitelijke uitvoering van besluiten in het sociaal domein, zoals de feitelijke uitvoering van een indicatiebesluit op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).1 Daarnaast heeft het gebruik van de overheid van privaatrechtelijke rechtspersonen voor het verstrekken van publiek geld hernieuwde aandacht gekregen. Het gaat hier veelal om fondsen ter financiering van maatschappelijke initiatieven van burgers en bedrijven.2 De ontstatelijking van publieke-belangenbehartiging, heeft erin geresulteerd dat een bijzondere categorie van private rechtspersonen is ontstaan, die in deze bijdrage worden aangeduid als semipublieke instellingen.3
Tegelijkertijd is een andere, omgekeerde, ontwikkeling te zien, waarbij publieke-belangenbehartiging door private rechtspersonen wordt verstatelijkt. Zo is de regering voornemens om ProRail BV, een 100% staatsdeelneming die verantwoordelijk is voor het spoorwegnet, om te vormen tot een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo) met eigen rechtspersoonlijkheid.4 De publieke financiering en monopoliepositie van ProRail vereisen publieke sturing en verantwoording. De huidige bv-vorm wordt daarvoor minder geschikt geacht. Ook zien we dat de wetgever de toepasselijkheid van diverse publiekrechtelijke wetgeving tracht uit te breiden naar de semipublieke sector. Te denken valt aan regulering middels de Wet normering topinkomens5 en het wetsvoorstel Wet open overheid.6
De ontwikkeling van ontstatelijking enerzijds en verstatelijking anderzijds kan worden gekarakteriseerd als een slingerbeweging. Een recent voorbeeld hiervan is de nationalisatie van financiële instellingen zoals ABN AMRO, waartoe de staat gedurende de economische crisis ontstaan eind 2008 genoodzaakt was. In 2015 is weer gestart met de geleidelijke privatisering van de genationaliseerde financiële instellingen.7 Evengoed geven incidenten rondom financiële instellingen, bijvoorbeeld inzake het beloningsbeleid, voor de politiek weer aanleiding om maatregelen te bepleiten waarmee meer grip kan worden verkregen op dergelijke instellingen.8