FED 2014/53
Genietingstijdstip bij uitblijven tenuitvoerlegging van lijfrenteclausule binnen redelijke termijn na expiratie van pre-Brede Herwaardering lijfrente is na ommekomst van die termijn
HR 28-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:688, m.nt. W.A.P. van Roij
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2014
- Magistraten
Feteris, Van Loon, Wortel
- Zaaknummer
13/03361
- Noot
W.A.P. van Roij
- JCDI
JCDI:ADS173880:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:688, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑03‑2014
- Wetingang
Art. O lid 1 letter a Invoeringswet Wet IB 2001; art. 31 lid 1, 75 Wet IB 1964
Essentie
Genietingstijdstip bij uitblijven tenuitvoerlegging van lijfrenteclausule binnen redelijke termijn na expiratie van pre-Brede Herwaardering lijfrente is na ommekomst van die termijn
Samenvatting
Begunstigde bij een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule moet na expiratie binnen redelijke termijn beslissen over de tenuitvoerlegging van de lijfrenteclausule. Bij gebreke daarvan is het heffingstijdstip niet de expiratiedatum maar na ommekomst van die termijn. Het begrip ‘binnen redelijke termijn’ heeft de Hoge Raad niet nader ingevuld.
Uitspraak
Het geschil betreft de aan belanghebbende voor het jaar 2006 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.