NJB 2026/355:Overgang van onderneming. Opzegverbod. Een werkneemster werkt parttime bij een supermarkt als ‘personeelsmedewerker/p&o verantwoordelijke’. De supermarkt wordt verkocht aan een exploitant van zeventien supermarkten met een centrale personeelsafdeling. Na deze overgang van onderneming ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Het hof laat de beslissing in stand. Hoge Raad: 1. Economische, technische of organisatorische redenen. Het wettelijk opzegverbod vormt geen beletsel voor ontslagen om economische, technische of organisatorische redenen die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich brengen. Ontslagen in een context van de overgang van een onderneming moeten zijn ingegeven door economische, technische of organisatorische redenen op het gebied van de tewerkstelling die geen intrinsiek verband houden met deze overgang. Dat betekent niet dat er geen enkel verband mag bestaan tussen de overgang van onderneming en de redenen. Het oordeel van het hof dat voldoende aannemelijk is dat de na de overgang van de onderneming genomen beslissing om de werkzaamheden anders te organiseren in verband staat met de omstandigheid dat de functie niet paste binnen de exploitatie die de werkgeefster voorstond, gaat niet uit van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 2. Herplaatsing. In de overwegingen van het hof ligt zijn oordeel besloten dat de interne mogelijkheden tot herplaatsing in een functie die gelijkwaardig is aan die welke de werkneemster vervulde, waren uitgeput.