Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/3.2.6:3.2.6 Praktisch werkzaam
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/3.2.6
3.2.6 Praktisch werkzaam
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958075:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoeverre een beheerstructuur het motief continuïteit kan dienen zal ook afhangen van de wijze van instellen, in stand houden en aanpassen of opheffen van de beheerstructuur. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘praktische werkzaamheid’ van de beheerstructuur. Dit betreft een subjectief toetsingselement. Het zal per persoon verschillen wat iemand nog als praktisch werkzaam beschouwt. Wel zal het zo zijn dat naarmate het aantal handelingen toeneemt om een beheerstructuur in te stellen, in stand te houden en aan te kunnen passen of op te heffen, de kans groter wordt dat de rechthebbenden zullen oordelen dat een beheerstructuur niet meer praktisch werkzaam is. In dat geval kan een beheerstructuur het motief continuïteit niet dienen.
In de vorige alinea werd al aangegeven dat het van meerdere factoren afhangt in hoeverre een figuur praktisch werkzaam is. Allereerst kan worden gekeken naar het aantal rechtshandelingen dat moet worden verricht om de structuur op te zetten, zoals het sluiten van overeenkomsten, het oprichten van rechtspersonen en het overdragen van goederen. Vervolgens kan worden gekeken naar de jaarlijks terugkerende handelingen die nodig zijn om de structuur in stand te houden. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan vergaderingen en administratieverplichtingen. Tot slot kan in kaart worden gebracht welke (rechts)handelingen nodig zijn om een structuur inhoudelijk aan te passen of op te heffen. Kan bijvoorbeeld een besluit tot opheffen van de beheerstructuur op één niveau worden genomen, of is toestemming of inspraak van andere actoren nodig? Dit zijn drie toetsbare onderdelen in die zin dat objectief kan worden weergegeven hoeveel handelingen nodig zijn, hoeveel jaarlijks terugkomende verplichtingen er zijn en op welke manier een structuur inhoudelijk kan worden aangepast of opgeheven.
Omdat het moeilijk objectief te bepalen is in hoeverre een beheerstructuur praktisch werkzaam is, zal dit toetsingselement in het vervolg van dit onderzoek slechts zijdelings aan de orde komen.