Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.2
VI.2 De zorgplichten van de assurantietussenpersoon
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278840:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kifid 3 september 2013, nr. 2013-268.
B.M. Jonk-van Wijk & M.M. de Boer, noot bij HR 13 april 2012, JOR 2012/219, sub 3. Jonk-Van Wijk en De Boer maken duidelijk onderscheid in deze vier fasen. In dit artikel zal ook ik van dit onderscheid uitgaan. Zie verder ook Kamerstukken I 2000/01, 26 667, nr. 61, p. 3; C.J. de Jong, De verzekeringstussenpersoon en de gevolmachtigd agent (ACIS serie, deel 7), Zutphen: Uitgeverij Paris 2011, p. 62 en C.J. de Jong, ‘Publiekrechtelijke zorgplichten voor assurantietussenpersonen, NTHR 2011/1, p. 14. De Jong incorporeert de inventarisatiefase in de adviesfase en spreekt derhalve van slechts drie fasen.
C.J. de Jong, ‘De reikwijdte van de privaatrechtelijke zorgplicht van de verzekeringstussenpersoon’, in: M.L. Hendrikse en J.G.J. Rinkes (red.), Knelpunten in het verzekeringsrecht deel 3, Zutphen: Uitgeverij Paris 2012, p. 29.
Zie voor de definitie van het begrip financiëledienstverlener artikel 1:1 Wft.
Asser/Wansink, Van Tiggele-van der Velde & Salomons 7-IX* 2012/80. Overigens gold ook eerder een toezichtregime op grond van de Europese Richtlijn verzekeringsbemiddeling (2002/92/EG), in Nederland neergelegd in de per 1 januari 2006 in werking getreden – maar vanaf 1 januari 2007 weer vervallen – Wet Financiële Dienstverlening (Wfd).
HR 22 november 1996, NJ 1997, 718, m.nt. M.M. Mendel (Korean Trade/Generale Bank); HR 9 januari 1998, NJ 1998, 686, m.nt. E.J. de Boer (Van Dam/Rabobank); HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375, m.nt. M.M. Mendel (Brals/Octant).
Een assurantietussenpersoon bevindt zich niet altijd in de gemakkelijkste positie. Zijn werkzaamheden zijn gericht op het tot stand brengen van een verzekeringsovereenkomst, waarbij zaken komen kijken als het onderzoeken van het risicoprofiel van zijn opdrachtgever, het selecteren van en bemiddelen tot een daarbij passende verzekering, voorlichting van de aspirant-verzekeringnemer en de controle van de polis(voorwaarden).1 Daarnaast dient de tussenpersoon de relatie met zijn cliënten met wie de verzekeringsovereenkomst al tot stand is gekomen te onderhouden, bijvoorbeeld door middel van advisering en informatieverstrekking, alsmede ondersteuning in geval van schade en de afhandeling daarvan. Kortom, de assurantietussenpersoon dient te inventariseren, adviseren, bemiddelen en nazorg te bieden.2
Dit takenpakket dient de assurantietussenpersoon uit te voeren binnen een door De Jong aangeduid ‘stelsel van dubbele zorgplichten’.3 Sinds 1 januari 2007 is op onder andere verzekeraars, assurantietussenpersonen en gevolmachtigd agenten de Wet Financieel Toezicht (‘Wft’) van toepassing, waarin een publiekrechtelijk toezichtregime op naleving van gedragsregels voor de financiëledienstverlener – waaronder ook de assurantietussenpersoon wordt verstaan4 – is neergelegd.5 Deze publiekrechtelijke regelgeving bestaat naast de al geruime tijd geldende privaatrechtelijke norm dat een assurantietussenpersoon zich als redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot dient te gedragen.6
VI.2.1 Publiekrechtelijke zorgplichtVI.2.2 Privaatrechtelijke zorgplicht