Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.2.4.4
5.2.4.4 Rechtsvormwijziging niet geregeld (categorie 2)
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS500242:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
R.P.J.L. Tjittes, 'Uitleg van schriftelijke contracten', RMThemis 2005-1, p. 9-10.
T.H. Tanja-van den Broek, 'Een kwestie van uitleg', WPNR 2002-6493, p. 430-433.
Uitleg richting cao-norm.
HR 20 februari 2004, NI 2005, 493 (Stichting Pensioenfonds DSM-Chemie/Fox).
Het gaat om de subjectieve redelijkheid en billijkheid van artikel 3:11 BW en niet om de objectieve redelijkheid en billijkheid van artikel 6:2/248 BW, zie R.P.J.L. Tjittes, 'Uitleg van schriftelijke contracten', RMThemis 2005-1, p. 13.
Zie hierna 5.4.
Artikel 6:2 lid 1 en 6:248 lid 1 BW, zie hierna onder 5.2.5.
Zie 3.9.
In de praktijk blijkt dat vrijwel altijd een bepaling ontbreekt voor de situatie dat (een van de) contractspartij(en) in een andere rechtsvorm wordt gewijzigd. Waarschijnlijk omdat aan deze situatie niet gedacht wordt bij het aangaan van de overeenkomst. Afhankelijk van de soort overeenkomst en de specifieke rol van contractspartijen kan het wenselijk zijn rekening te houden met rechtsvormwijziging (net zoals dat geldt voor juridische fusie en splitsing).
Indien de overeenkomst geen regeling voor rechtsvormwijziging bevat, wordt door uitleg vastgesteld dat sprake is van een leemte in de overeenkomst. Dat betekent dat de objectieve uitleg van een contract op basis van het Haviltex-criterium uitsluitsel moet geven wat rechtens is.1 Een rol is daarbij weggelegd voor onder andere de context van de overeenkomst, de totstandkomingsgeschiedenis, het gebruik, het doel van de overeenkomst, de hoedanigheid en deskundigheid van partijen2 en de aard van de overeenkomst. Dat betekent dat een redelijke uitleg van een contract gegeven dient te worden.3
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat bij de uitleg van overeenkomsten alle omstandigheden van het geval een rol spelen, gewaardeerd naar hetgeen redelijkheid en billijkheid meebrengen.4 De Hoge Raad plaatst met die uitspraak het leerstuk van uitleg van overeenkomsten in de sfeer van de redelijkheid en billijkheid.5 Redelijkheid en billijkheid (wat wisten partijen of behoorden zij te weten?) worden wederom ingevuld door de feitelijke omstandigheden van het geval.
Vanwege de continuïteit van de rechtspersoon is uitgangspunt dat bij rechtsvorm-wijziging van een contractspartij de overeenkomst onverminderd van kracht blijft. De partij bij de overeenkomst blijft dezelfde, zij het in een andere rechtsvorm. Dit kan anders zijn indien de aard van de overeenkomst een bepaalde rechtsvorm van een contractspartij vereist, zoals bijvoorbeeld bij schenking het geval is.6 De aard van de overeenkomst kan dan tot gevolg hebben dat aan de discontinuïteit van de rechtspersoon bij rechtsvormwijziging meer gewicht toegekend moet worden.
Indien in de overeenkomst rechtsvormwijziging niet is geregeld, worden de volgende twee stappen gevolgd:
Er sprake is van een leemte in het contract.
Op de overeenkomst is de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid7 van toepassing.
Ik sluit af met een drietal voorbeelden.
De overeenkomst bevat een regeling voor statutenwijziging.
In elk geval twee visies zijn denkbaar. Allereerst kan in overeenstemming met mijn standpunt rechtsvormwijziging gezien worden als een bijzondere vorm van statutenwijziging.8 Indien die zienswijze gevolgd wordt, heeft dat tot gevolg dat een regeling voor statutenwijziging dus van toepassing is op rechts-vormwijziging. Rechtsvormwijziging is een samengestelde rechtshandeling waarvan statutenwijziging een essentieel onderdeel is. Aangezien rechtsvorm-wijziging als bijzondere vorm van statutenwijziging is te beschouwen geldt een dergelijke regeling onverkort bij rechtsvormwijziging. Categorie 1 is naar analogie van toepassing.
In de andere visie wordt rechtsvormwijziging gezien als een zelfstandige rechtshandeling, los van statutenwijziging. Verdedigbaar is dan dat een regeling voor statutenwijziging niet van toepassing is op rechtsvormwijziging aangezien rechtsvormwijziging als een afzonderlijke rechtshandeling wordt gezien. De regeling van categorie 2 is van toepassing. Er is sprake van een leemte in het contract dat aan de hand van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid ingevuld wordt. Daarbij dient wel bedacht te worden dat elke rechtsvormwijziging gepaard moet gaan met statutenwijziging. Dat de procedure voor besluitvorming met betrekking tot statutenwijziging bij rechtsvormwijziging gevolgd moet worden, maakt de rechtshandeling nog niet tot een statutenwijziging. Wel is het zo dat rechtsvormwijziging onmogelijk geëffectueerd kan worden zonder statutenwijziging. In elk geval zal de naam van de entiteit wijzigen aangezien de rechtsvorm uit de naam moet blijken. Dat is alleen anders bij rechtsvormwijziging tussen de rechtsvormen vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij maar voor een rechtsvormwijziging van die rechtsvormen geldt dat in elk geval het doel gewijzigd moet worden. Dat heeft tot gevolg dat ook in deze visie de regeling van statutenwijziging in een overeenkomst van toepassing zal zijn bij rechtsvormwijziging.
De overeenkomst bevat een regeling over herstructurering.
Rechtsvormwijziging is als een vorm van herstructurering te beschouwen vanwege het feit dat een ander wetgevingskader van toepassing is. Deze regeling geldt dan ook onverkort bij rechtsvormwijziging. Uitgangspunt is dat categorie 1 van toepassing is.
De overeenkomst bevat een regeling voor juridische fusie en splitsing en/of voor ontbinding.
Rechtsvormwijziging valt niet onder deze regeling aangezien juridische fusie en splitsing en ontbinding als geheel andere vorm van herstructurering dan wel beëindiging rechtspersoon is aan te merken vanwege de overgang van vermogen wat zich bij rechtsvormwijziging nooit voordoet. Categorie 2 is van toepassing.