Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.1.1
8.2.4.1.1 Status én hoedanigheid belastingplichtige
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291184:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 11 juli 1991, zaak C-97/90, FED 1991/647, m.nt. Bijl, r.o. 8 en 15 (Lennartz).
HvJ EG 11 juli 1991, zaak C-97/90, FED 1991/647, m.nt. Bijl, r.o. 15 (Lennartz). In gelijke zin: Blokland, noot bij HR 20 september 2019, nr. 17/04489, BNB 2020/97 en conclusie A-G Ettema 30 oktober 2020, nr. 19/02837, V-N 2020/65.20, punt 2.1.
Zie bijv. HvJ EG 11 juli 1991, zaak C-97/90, FED 1991/647, m.nt. Bijl, r.o. 8 en 9 (Lennartz), HvJ EG 6 mei 1992, zaak C-20/91, BNB 1992/377, m.nt. Finkensieper, r.o. 17 (De Jong) en HvJ EG 2 juni 2005, zaak C-378/02, BNB 2007/220, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 32 (Waterschap Zeeuws Vlaanderen).
HvJ EG 11 juli 1991, zaak C-97/90, FED 1991/647, m.nt. Bijl, r.o. 11 en 12 (Lennartz) en HvJ EG 2 juni 2005, zaak C-378/02, BNB 2007/220, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 40 (Waterschap Zeeuws Vlaanderen).
Het recht op btw-aftrek ontstaat op grond van art. 167 Btw-richtlijn op het tijdstip waarop de aftrekbare btw verschuldigd wordt. Uit deze bepaling, gelezen in samenhang met art. 168 Btw-richtlijn, heeft het Hof van Justitie afgeleid dat het recht op btw-aftrek slechts kan ontstaan indien de goederen of diensten waarop btw drukt zijn afgenomen door een als zodanig handelende belastingplichtige en dat het (voorgenomen) gebruik enkel bepalend is voor de omvang van het van het recht op btw-aftrek en voor de omvang van eventuele herzieningen.1 Het ontstaan van het recht op btw-aftrek zegt dus niets over het btw-bedrag dat aftrekbaar is, maar uitsluitend dat het btw-stelsel (en daarmee het aftrekmechanisme) op deze aanschaf van toepassing is.2 Deze uitleg van het Hof van Justitie betekent dat btw-aftrek en de herziening daarvan slechts mogelijk is indien het goed of de dienst waarop btw drukt niet alleen is afgenomen door een belastingplichtige, maar ook als belastingplichtige. Of anders gezegd: voor het ontstaan van het recht op btw-aftrek is niet alleen de status van de afnemer (belastingplichtige) van belang, maar ook zijn ‘aanschafhoedanigheid’ (verwerving als belastingplichtige). De omstandigheid dat goederen of diensten waarop btw drukt zijn afgenomen door een niet-belastingplichtige of door een belastingplichtige die bij de afname niet als zodanig handelt betekent dus dat de toegang tot de ‘aftrekpoort’ wordt geweigerd.3 Het ontzeggen van die toegang brengt met zich dat er geen recht op btw-aftrek bestaat en dat een eventueel aftrekgerechtigd gebruik ná de afname van het goed of de dienst geen aanleiding kan zijn voor herziening.4 In onderstaande figuur is het voorgaande samengevat.
Omdat deze vernauwingen van de aftrekpoort kunnen leiden tot een inbreuk op het beginsel van de fiscale neutraliteit, is het van belang om na te gaan wat de grondslag is van deze voorwaarden voor het ontstaan van het aftrekrecht en hoe deze voorwaarden door het Hof van Justitie worden ingevuld. Hierop wordt in de volgende paragrafen nader ingegaan.