Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/5.5.2:5.5.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/5.5.2
5.5.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS457616:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het asielrecht gaan de Europese wetgever en de nationale wet- en regelgever uit van een ruim begrip van godsdienst dat niet alleen ziet op de traditionele Europese godsdiensten maar oog heeft voor de uiteenlopende opvattingen en gedragingen van rechtssubjecten. Een dergelijke open definitie past bij het perspectief op neutraliteit zoals dat wordt verdedigd in het accommodationistische ideaaltype.
De bestuursorganen en de rechter hanteren een meer afgebakend begrip van godsdienst. Dit komt onder andere doordat in de asielprocedure de kwalificatie van de oprechtheid van de asielzoeker en de kwalificatie van diens godsdienst niet geheel worden scheiden. Men hanteert namelijk in sommige gevallen een geobjectiveerd beeld van godsdienst op grond waarvan de oprechtheid van de asielzoeker wordt beoordeeld. Een dergelijke benaderingswijze staat niet open voor excentrieke, eigenzinnige geloofsopvattingen. Daarmee kunnen we het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme associëren. Teneinde grip te houden op het verlenen van verblijfsvergunningen is het referentiekader beperkt tot de bekende en traditionele godsdiensten. Geredeneerd vanuit het accommodationistisch perspectief zou men kunnen stellen dat deze wijze van kwalificeren traditionele en bekende godsdiensten bevoordeelt.
Het afgebakende begrip van godsdienst dat ten grondslag ligt aan de kernrechtbenadering in de Nederlandse en EHRM-jurisprudentie met betrekking tot de vervolgingsgrond godsdienst kan men ook associëren met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. Het idee dat godsdienst hiërarchisch gerangschikt kan worden in een gedeelte dat betrekking heeft op het privédomein (forum internum) en een daaraan ondergeschikt gedeelte dat betrekking heeft op het publieke domein (forum externum) is typisch voor het liberale gedachtegoed. De kernrechtbenadering veronderstelt dat zolang het privédomein maar gevrijwaard blijft van overheidsbemoeienis, de essentie van het grondrecht gewaarborgd blijft. Hieraan ligt een perspectief op godsdienst ten grondslag dat de gevestigde traditionele godsdiensten bevoordeelt. Bij veel van die godsdiensten vinden immers de belangrijkste uitingen en gedragingen (eredienst, bidden, etc.) plaats in de privésfeer. Het gevolg van deze benadering is dat een gelovige niet zelf kan bepalen welke godsdienstige uiting of gedraging voor hem van wezenlijk belang is.
Het HvJEU schrijft echter een subjectiverende uitleg van het begrip godsdienst voor. Het HvJEU oordeelt dat de opvatting van de vreemdeling over de beleving van zijn godsdienst een belangrijke plaats moet krijgen in de afweging of de godsdienstvrijheid op ernstige wijze is geschonden. Dat geldt volgens het HvJEU ook ten aanzien van de uitoefening van godsdienst in het publieke domein. Het HvJEU vindt dat godsdienstuitoefening niet kan worden opgesplitst in een forum internum en een forum externum. Het zoekt aansluiting bij de definitie van de Uniewetgever en stelt dat godsdienst als vervolgingsgrond alle vormen van godsdienstuitoefening dekt ongeacht of die plaatsvinden in het privé of het publieke domein. De subjectiverende kwalificatiewijze die het HvJEU hanteert past in de benadering van de Uniewetgever. Het is gebaseerd op een opvatting van godsdienst die men accommodationistisch zou kunnen noemen: religieuze diversiteit dient zoveel mogelijk in de rechtsorde te worden geaccommodeerd.