NJB 2025/2623:Cassatiemiddel tegen uitblijven beslissing voorzitter hof om de verdachte op de zitting te horen per videoconferentie, art. 131a Sv: het cassatiemiddel moet onbesproken blijven omdat het eventuele gebruik van videoconferentie een beslissing betreft die de voorzitter in het kader van de orde op de zitting kan nemen. Tegen (het uitblijven van) deze beslissing staat geen hoger beroep of cassatieberoep open. Art. 6 EVRM staat er in een geval als dit – waarin (i) de verdachte in het buitenland verblijft en (ii) tegen de verdachte een bevel tot gevangenneming is gegeven – niet aan in de weg dat het onderzoek op de terechtzitting wordt voortgezet als de niet-verschenen verdachte niet ambtshalve in de gelegenheid wordt gesteld via videoconferentie aan dat onderzoek deel te nemen. Uit de rechtspraak van het EHRM volgt niet dat die gelegenheid van videoconferentie zonder meer moet worden geboden als een verdachte vrijwillig afstand doet van zijn aanwezigheidsrecht of door afwezigheid probeert aan zijn berechting te ontkomen. De eventuele vrees van de verdachte voor gevangenneming als hij het proces in Nederland zou bijwonen, maakt dit niet anders.