Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.3.6:5.3.6 Conclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.3.6
5.3.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met het aanwijzen van de Raad van State als onafhankelijke begrotingstoezichthouder krijgt de Raad van State er een nieuwe taak bij en wordt er een nieuwe procedure geïntroduceerd in de begrotingscyclus. Naast het advies over de ontwerpbegrotingen en de Miljoenennota in het najaar – welke praktijk door de Wet HOF wordt gecodificeerd – geeft de Raad van State ook een oordeel over het geplande begrotingsbeleid in het licht van de Europese begrotingsregels. Daarnaast geeft de Raad van State ook een oordeel over de begrotingsplannen voor de middellange termijn op basis van het door de regering opgestelde Stabiliteitsprogramma in het voorjaar in het licht van de Europese begrotingsregels. Hiermee wordt een extra evaluatiemoment van de begrotingsplannen geïntroduceerd aan het begin van het jaar.
De exacte taak van de Raad van State, als belast met het toezicht op de begrotingsregels, wordt niet precies beschreven in de Wet HOF maar blijkt uit het Fiscal Compact en artikel 5 Verordening (EU) 473/2013. De Raad van State beoordeelt de begrotingsplannen in het voorjaar en het najaar in het licht van de begrotingsregels zoals neergelegd in het Stabiliteits- en Groeipact. Tevens beoordeelt de Raad van State de plannen in een breder Euro-peesrechtelijk kader en kijkt daarbij ook naar de houdbaarheid op de lange termijn van de overheidsfinanciën, en de landenspecifieke aanbeveling die aan de lidstaat is gericht door de Raad wat betreft het begrotingssaldo. De nationale begrotingsregels, wanneer dat in de rede valt, maken ook deel uit van de beoordeling nu deze zijn gecodificeerd in de Wet HOF.
Het onafhankelijk begrotingstoezicht is nog in ontwikkeling en het is dan ook de vraag wat de rol van de Raad van State als belast met het onafhankelijk begrotingstoezicht zal zijn wanneer Nederland zich bevindt in de correctieve fase. Ook is nog onduidelijk wat in de toekomst de rol gaat worden van de European Fiscal Board en hoe de samenwerking met de onafhankelijke begrotingstoezichthouders in de verschillende EU-lidstaten eruit zal gaan zien.
Hoewel de beoordeling van de Raad van State niet bindend is voor de begrotingsautoriteiten, lijkt de rol van het parlement bij de begroting door de beoordelingen wel te worden beïnvloed, omdat de Raad van State een technische beoordeling geeft over de begroting en daarbij de marges voor de besluitvorming over de begroting nader invult.
De informatie uit de beoordelingen kan echter ook ten goede komen aan het parlement bij de controle van de begrotingsbesluitvorming door het kabinet, gelet op de informatieasymmetrie tussen het kabinet en het parlement op dit terrein.