Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/39.5
39.5 Kan de omgekeerde toets succesvol zijn?
mr. dr. M.F. Vermaat, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. M.F. Vermaat
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de achtergrond van deze uitdrukking https://onzetaal.nl/taaladvies/hamvraag/.
Cursivering dient hier alleen ter verduidelijking. Cursief geschreven termen zijn aan de Modelverordening ontleend.
Naar Willem Elsschot uit Het Huwelijk: ‘Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad, staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat’.
Een wat opmerkelijke vindplaats, maar hier gratis te downloaden: https://www.stimulansz.nl/product/casusboekje-omgekeerde-toets-b/.
‘Heel gechargeerd gezegd zijn Wmo-klanten hulpeloos, klussen bijstandsgerechtigden zwart bij, zijn schuldenaren door eigen schuld in de problemen gekomen en zijn jeugdzorgklanten dwars en ongemotiveerd.’
In 2011 is door onder meer de VNG en het Ministerie van VWS het Programma Welzijn Nieuwe Stijl gestart. De aanleiding was dat de burger in de visie van de initiatiefnemers te snel een beroep op de overheid (publieke dienstverlening) zou doen. Dit werd claimgedrag genoemd en diende te kantelen naar een beroep op het eigen netwerk. Ook zou de inschakeling van professionals minder voor de hand liggen aangezien deze zich meer terughoudend dienen op te stellen.
‘De verzorgingsstaat ‘Nieuwe Stijl’ moet burgers aanspreken op hun zelf organiserend vermogen, op hun eigen kracht in plaats van hun zwakte en op eigen verantwoordelijkheid’, J. Steyaert en R. Kwekkeboom, ‘De mens als zorger, over informele zorg en beleidsutopieën’, in J. Steyaert & R. Kwekkeboom (red.), Op zoek naar duurzame zorg. Vitale coalities tussen formele en informele zorg, Utrecht: Movisie 2010, aangehaald in L. Burgerhout-Van der Zwaan, De kanteling, een onderzoek naar een omslag in benadering van burgers in een middelgrote gemeente, Utrecht: Universiteit voor Humanistiek 2014, p. 16.
Burgerhout-Van der Zwaan 2014.
Burgerhout-Van der Zwaan 2014, p. 200.
Zie bijv. Bosselaars bijdrage op www.socialevraagstukken.nl/site/2013/09/16/dialoog-aan-de-keukentafel-kan-dat-wel/. Verdere literatuurverwijzingen aldaar en recent: L.J.A Damen, C.N.J. Kortmann & R.F.B. van Zutphen, Vertrouwen in de overheid (VAR reeks 160), Den Haag: Boom juridische uitgevers 2018.
Op dit punt aangekomen komt de hamvraag:1 sluit de medewerker de melding of blijft zij of hij de volledige situatie van Daisy beschouwen? Zo nee, dan is daarmee de gehele gestelde meerwaarde van de Omgekeerde toets, maar ook van de integrale benadering in het sociaal domein, mislukt. In ieder geval bij Daisy.
De medewerker zal, omdat alle gegevens2 over haar situatie die nodig zijn voor het gesprek zijn verzameld, ook weten wat haar inkomenspositie is en wat daarvan de oorsprong is. Wellicht staat dit op gespannen voet met de privacyregelgeving, anderzijds biedt de Awb de mogelijkheid om die gegevens omdat deze relevant zijn voor de aanvraag in de brede zin van het woord, te vergaren. De medewerker zal geschoold genoeg moeten zijn om in ieder geval in te schatten of het toekennen van de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen in de vorm van een PGB gevolgen zal kunnen hebben voor de Participatiewetuitkering van Daisy. In dit geval zal de medewerker moeten vragen op welke wijze Daisy de indicatie wil verzilveren en haar er in ieder geval op wijzen dat dit zou kunnen betekenen dat haar uitkering naar beneden toe wordt bijgesteld. Beter zou het nog zijn als hij meteen aan de slag gaat en beziet of artikel 18 lid 1 Pw soelaas zou kunnen bieden omdat het effect dat Daisy, maar ook de gemeente, wil bereiken, te weten op weg naar zelfstandig wonen eerst tijdelijk beschermd wonen, gefrustreerd kan gaan worden door wetten en praktische bezwaren.3 Een praktisch bezwaar kan zijn, dat ook de auteurs van het Casusboek Omgekeerde toets4 signaleren, dat binnen de gemeente diverse afdelingen onvoldoende samenwerken. Bijvoorbeeld omdat het ondeelbare budget ‘sociaal domein’ binnen gemeenten wordt opgedeeld en iedere wethouder en ieder afdelingshoofd zich verantwoordelijk voelt voor het toebedeelde budget, aldus de auteurs van de Omgekeerde toets. Daarnaast wordt door hen gewezen op het mensbeeld dat aan de verschillende wetten ten grondslag ligt.5 Ook kan er een Intergemeentelijke Sociale Dienst zijn met eigen regels en bevoegdheden.
De auteurs van het Casusboek Omgekeerde toets beschrijven dat problemen binnen het ene domein soms in het andere domein opgelost kunnen wor- den. Andersom is ook mogelijk, zo blijkt uit de casus van Daisy. Wil de omgekeerde toets effectief zijn dan betekent dit dat de medewerker een ervaren persoon zal moeten zijn met een brede blik, veel kennis en empathisch vermogen. Uit onderzoek dat in het kader van de Kanteling6 is uitgevoerd,7 komt naar voren dat dit inderdaad een van de voorwaarden is om de Wmo 2015 tot een succes te maken. Burgerhout-Van der Zwaan8 bestudeerde een gemeente die de Kanteling als pilot had ingevoerd. De wettelijke opdracht tot het bieden van maatwerk is een lastige opdracht in een (gemeentelijke) bureaucratie.9 Zij schrijft dat om succesvol te zijn een professional nodig is die de ruimte heeft om er daadwerkelijk te zijn voor de burger en die niet beperkt wordt door bijvoorbeeld smalle taakopvattingen of normtijden. Een open systeem en vertrouwen zijn voorwaarden. Of dat überhaupt tussen burger en overheid mogelijk is, kan ook nog onderwerp van discussie vormen.10