Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.1
2.4.1 Inleiding
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367559:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
G. Raaijmakers 2009, p. 432 en p. 434 (met verwijzingen) en Easterbrook/Fischel 1996, p. 67 e.v.
Aangenomen dat het bestuur de steun van de grootaandeelhouder heeft, gaat het in dat soort verhoudingen veeleer om de vraag of de overige aandeelhouders een vuist kunnen maken tegen het bestuur en de grootaandeelhouder. Zie uitgebreid The Anatomy of Corporate Law 2009, p. 89 e.v.
Het oplossen van het genoemde corporate governance-probleem gaat het bestek van dit onderzoek te buiten. Datzelfde geldt voor een analyse van de concrete uitwerking van de rol die aandeelhouderssamenwerking zou kunnen spelen daarin en de vraag hoe aandeelhouderssamenwerking gestimuleerd zou kunnen worden. Zie over dat laatste Europese Commissie 2011 – Groenboek EU-kader inzake corporate governance, p. 15-16; Bratton/McCahery 2005, p. 434-435.
Als gezegd is een van de kernvragen van dit onderzoek welke rol aandeelhouderssamenwerking speelt in de corporate governance van beursvennootschappen en wat dat betekent voor de acting in concert-regeling (§ 2.1). In deze paragraaf ga ik in op het eerste deel van de vraag; het tweede deel, wat dat betekent voor de acting in concertregeling, komt aan de orde in hoofdstuk 7.
Aandeelhouderssamenwerking kan een rol spelen bij het oplossen van een van de meest fundamentele corporate governance-problemen: effectieve controle van het bestuur door de algemene vergadering. Volgens de economische theorie zijn aandeelhouders het best in staat om de governance van ondernemingen te beoordelen, aangezien zij als residual claimholders het uiteindelijke economische risico lopen van gebreken daarin.1 Bij beursvennootschappen met een grootaandeelhouder zal de controle van het bestuur geen problemen opleveren.2 Om redenen die hieronder zullen worden toegelicht is dat anders bij beursvennootschappen met verspreid aandelenbezit.
Na de analyse van het corporate governance-probleem van de effectieve controle van het bestuur (§ 2.4.2) laat ik zien dat aandeelhouderssamenwerking een rol speelt in de verschillende oplossingsrichtingen (§ 2.4.3).3 Ten slotte sta ik stil bij de verschillende economische modellen, die voorspellen dat aandeelhouderssamenwerking economisch efficiënt is en de empirische ondersteuning daarvoor (§ 2.4.4).