Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/:5.10.0 Inleiding
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/
5.10.0 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258961:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De boete belicht 2014, p. 11-12.
CRvB 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754, AB 2015/8, m.nt. R. Stijnen; USZ 2014/16, m.nt. A. Tollenaar; RSV 2015/19, m.nt. A.H. Rebel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelingen in het sturingsinstrument van de wijziging van de boete behandeld. Ik heb een overzicht van die ontwikkelingen in het volgende schema weergegeven.
Wetswijziging
Sanctie
Reden invoering
Ontwikkeling rechtspositie
Invoering Wet Boeten 1 augustus 1996(23 909)
Na invoering van de Wet Boeten zijn de uitvoeringsorganen verplicht sancties op te leggen. De bestuurlijke boete wordt in het leven geroepen voor overtreding van de informatieplicht.
Een aantal sociale wetten miste de mogelijkheid om informatiefraude administratief af te handelen. De maatregel kon alleen op lopende uitkeringen worden toegepast. De schending van de informatieplicht is een ander soort normovertreding waar een sanctie met een meer punitief karakter past (alleen terugvordering van de te veel ontvangen uitkering was niet voldoende).
De boete biedt een grote mate van rechtsbescherming, omdat een vergelijking wordt gemaakt met het klassieke strafrecht (waardoor bepaalde waarborgen van toepassing zijn (beslagvrije voet, evenredigheidsbeginsel etc). Er is een systeem van vaste boetebedragen. Het bestuursorgaan moest aan de hand van de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en de omstandigheden tot het boetebedrag komen. Op grond van een dringende reden kon een sanctie achterwege blijven, maar hier werd in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt.
Invoering Fraudewet 1 januari 2013 (33 207)
Aanscherping van het sanctieregime in de sociale zekerheid.
- De ten onrechte verleende uitkering moet in zijn geheel worden terugbetaald.
- De bestuurlijke boete is gelijk aan 100 procent van het benadelingsbedrag en minimaal 150 euro. Bij een tweede of volgende overtreding bedraagt de boete 150 procent.
- Bij schending van de inlichtingenplicht zonder benadelingsbedrag volgt een waarschuwing of de minimumboete van 150 euro.
- Verminderde verwijtbaarheid op grond van criteria zoals die in het Boetebesluit en in aanvullende beleidsregels zijn vastgelegd.1
- Er is geen overgangsrecht in die zin dat de Fraudewet ook geldt voor overtredingen van vóór 1 januari 2013.
- Er geldt geen maximumboete (boetebedrag is gelijk aan benadelingsbedrag).
Het sanctieregime wordt verscherpt en ook het handhavingsbeleid in de sociale zekerheid wordt verstevigd. Er was door het kabinet een grote omvang van fraude in de sociale zekerheid geconstateerd en er moest een signaal worden afgegeven dat fraude niet mag lonen.
De rechtspositie van de WW’er is verslechterd. Het evenredigheidsbeginsel wordt achteraf toegepast, want bij een overtreding wordt in beginsel een boete van 100 procent van het benadelingsbedrag opgelegd. De boete kan verlaagd worden afhankelijk van de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden van persoon en gezin en dringende redenen.
Het afzien van een boete bij een dringende reden zou de mogelijkheid geven om de situatie wat te verzachten en rekening te houden met persoonlijke omstandigheden, maar daar wordt in de praktijk weinig gebruik van gemaakt en deze mogelijkheid geldt alleen bij uitzonderlijke (persoonlijke) omstandigheden.
Wet wijziging Fraudewet 1 januari 2017 (34 396)
Naar aanleiding van de uitspraak van de CRvB van 24 november 2014 (ECLI:NLCRVB: 2014:3754) is de Fraudewet aangepast. Het overgangsrecht wordt aangepast zodat het strengere regime niet meer geldt voor overtredingen vóór 1 januari 2013. De mate van verwijtbaarheid correspondeert met de boetehoogtes, en het evenredigheidsbeginsel speelt een belangrijke rol. Er worden gradaties van boeten ingevoerd: *geringe mate van verwijtbaarheid (25 procent); *standaard verminderde verwijtbaarheid (50 procent); *grotere mate van verwijtbaarheid (75 procent); *volledige verwijtbaarheid (100 procent).
Vanwege rechtspraak van de CRvB2 en (maatschappelijke) kritiek op de nadelige gevolgen van de Fraudewet werd, de wet gewijzigd. Boeten horen geen doel op zich te zijn en moesten in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.
Rechtspositie is weer licht verbeterd, doordat het evenredigheidsbeginsel weer een belangrijke rol speelt bij het opleggen van de boete en de boete wordt gedifferentieerd naar mate van verwijtbaarheid. De boeten zijn evenwel nog hoog.