Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.2.4:2.3.2.4 De commissaris van de Koning en de burgemeester
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.2.4
2.3.2.4 De commissaris van de Koning en de burgemeester
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS578361:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artt. 131 Gw, art. 61, lid 1Provw en art. 61, lid 1Gemw.
Besluit van 10 juni 1994, Stb. 1994, 445: houdende regels inzake de taken die de commissaris van de koning op grond van artikel 126 Gw als rijksorgaan vervult, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 19 februari 2002, Stb. 80.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De commissaris van de Koning en de burgemeester worden beiden bij koninklijk besluit benoemd en herbenoemd voor een periode van zes jaar.1 De benoeming gaat gepaard met een substantiële inspraak door provinciale staten, respectievelijk de gemeenteraad, verwezenlijkt door middel van een door hen ingestelde vertrouwenscommissie.2 De Commissaris van de Koningin en de burgemeester zijn voorzitters van provinciale staten, respectievelijk de gemeenteraad en lid en voorzitter van gedeputeerde staten, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders.3 Daarnaast zijn de Commissaris van de Koningin en de burgemeester afzonderlijke, eenhoofdige ambten, bij of krachtens de wet belast met eigen bestuursbevoegdheden. Zo vertegenwoordigen zij de provincie, respectievelijk de gemeente in en buiten rechte.4 De algemene taken van de commissaris van de Koningin volgen voorts uit artikel 175 Provw. De burgemeester bezit belangrijke bevoegdheden op het terrein van de handhaving van de openbare orde. Hij heeft daarbij de onder zijn gezag staande politie in de gemeente tot zijn beschikking. Ook op het gebied van noodrecht, zoals bij rampen, heeft de burgemeester specifieke bevoegdheden.
De commissaris van de Koningin en de burgemeester zijn verantwoording verschuldigd aan provinciale staten, respectievelijk de gemeenteraad en hebben in dit verband ook jegens de leden van deze colleges een inlichtingenplicht.5 Een verstoorde relatie kan op grond artikel 61b Provw, onderscheidenlijk artikel 61b Gemw tot ontslag van de commissaris van de Koning of de burgemeester leiden. Het ontslag geschiedt – op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – bij koninklijk besluit.
Het ambt van commissaris van de Koning is allereerst een provinciaal ambt, maar daarnaast ook een rijksambt. In die hoedanigheid is de ambtsdrager belast met onder andere de coördinatie van de voorbereiding van de civiele verdediging en het bevorderen van de samenwerking van de in de provincie werkzame rijksambtenaren.6 Hij legt regelmatig werkbezoeken aan de gemeenten af en speelt bij de benoeming van burgermeesters een belangrijke rol. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden als rijksambt is de commissaris van de Koning verantwoording schuldig aan de minister van Binnenlandse Zaken.