Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.5.2.0
4.5.2.0 Introductie
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Sarbanes-Oxley Act of 2002, Pub.L.No.107-204, 116 Stat. 745 (20 021).
Zie Verordening (EG) Nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (Pb EG L 243) en ook Richtlijn nr. 2001/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG, 83/349/EEG en 86/635/EEG met betrekking tot de waarderingsregels voor de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen evenals van banken en andere financiële instellingen (Pb EG L 283).
Wet van 19 januari 2006, houdende het toezicht op accountantsorganisaties, Stb. 2006, 70 en Besluit van 16 augustus 2006, houdende regels ter zake van de uitvoering van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Stb. 2006, 380). Beide grotendeels in werking getreden op 1 oktober 2006 (Stb. 2006, 404). In de categorie 'soft-law' kan verder worden gewezen op bepaalde onderdelen van de zogeheten Code-Tabaksblat (Commissie corporate governance, De Nederlandse corporate governance code — Beginselen van behoorlijk ondernemingsbestuur en best practice bepalingen, 9 december 2003, Stut. 27 december 2004, nr. 250, p. 35) en op de regelgeving en richtlijnen van het NIVRA en de NOVAA, zoals de Verordening Gedrags- en beroepsregels registeraccountants uit 1994 en de aanscherping daarvan in de Nadere Voorschriften Onafhankelijkheid uit 2003, 2005 en 2007 (zie www.nivra.nl).
Om precies te zijn: domein A.
De overige domeinen zijn: de werkzaamheden van accountants gericht op in specifieke wetgeving voorgestelde accountantscontrole (domein B), werkzaamheden gericht op niet-verplichte controle van financiële verantwoordingen (domein C) en overige accountantswerkzaamheden (domein D). Zie TK 29658 nr. 3.
De wet maakt het mogelijk dat zowel accountantsorganisaties als afzonderlijke externe accountants een vergunning aanvragen.
In de nasleep van de in paragraaf 3 genoemde boekhoudschandalen zijn verschillende wet- en regelgevers overgegaan tot het ontwerpen van regels om de onafhankelijkheid van en het toezicht op de accountant beter te waarborgen. Zo kwam in de Verenigde Staten de toonaangevende "Sarbanes-Oxley Act" tot stand1 en nam de Europese Unie een groot gedeelte van de International Accounting Standards (IAS, afkomstig van de International Accounting Standards Board) op in eigen verordeningen en richtlijnen.2 In Nederland kan worden gewezen op de in 2006 tot stand gekomen Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta).3 Het toezichtregime dat door deze regelingen is geïntroduceerd, is tamelijk verstrekkend voor accountants en accountantsorganisaties die zich bezighouden met het uitvoeren van de wettelijke controles. Deze wettelijke controles worden in art. 1 lid 1 onder p Wta gedefmieerd als controles van financiële verantwoordingen van ondernemingen of instellingen ten behoeve van het maatschappelijk verkeer, die verplicht zijn gesteld bij of krachtens de wettelijke bepalingen die in de bijlage bij de Wta zijn opgenomen. Art. 213 lid 2 Gemeentewet, waarin de accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening is opgenomen, is zo'n bepaling. Het toezicht op accountants(organisaties) die wettelijke controles uitvoeren, valt onder één van de vier `domeinen'4 die de Wta volgens de Memorie van Toelichting bestrijkt. Het toezicht op en de eisen aan de werkzaamheden die binnen dit domein worden verricht, zijn zwaarder dan bij werkzaamheden in de andere drie domeinen.5 Omdat dit hoofdstuk handelt over de controle van de gemeentelijke jaarrekening, zullen deze laatste domeinen verder buiten beschouwing gelaten worden. Wederom, accountants die in gemeentelijke dienst belast zijn met de wettelijke controle, zullen hieronder afzonderlijk worden behandeld.
Het in het kader van dit onderzoek belangrijkste aspect van de Wet toezicht accountantsorganisaties is de vergunningplicht voor accountants(organisaties)6 die wettelijke controles uitoefenen. Deze vergunningen worden op grond van art. 5 lid 1 Wta verleend door de Autoriteit Financiële Markten (de AFM). Het toetsingskader voor het verlenen van de vergunning zijn de in hoofdstuk 3 Wta en in de daarop berustende bepalingen uit het Bta gestelde eisen aan accountantsorganisaties en aan afzonderlijke externe (controlerende) accountants (art. 6 lid 1 Wta). Hieronder zal een aantal van deze eisen worden belicht.