RFR 2026/13
Heeft het hof een onjuiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van art. 1:277 BW (herstel in gezag) door niet te betrekken dat moeder erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire is?
HR 17-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1570
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/00737
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD40769:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1570, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:754, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑02‑2025
- Wetingang
Essentie
Jeugdrecht. Gezag.
Heeft het hof een onjuiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van art. 1:277 BW (herstel in gezag) door niet te betrekken dat moeder erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire is? Beoordeling van door moeder overlegd onderzoeksrapport.
Samenvatting
In november 2007 is de minderjarige geboren uit de relatie van de ouders. De ouders wonen niet samen. Sinds 20 februari 2009 is de minderjarige uit huis geplaatst. Op 14 augustus 2012 is de moeder ontheven van haar ouderlijk gezag. Stichting bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam is tot voogdes benoemd.
Op 13 juli 2015 heeft de rechtbank Rotterdam ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.