Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.8.3.1
8.8.3.1 Algemeen
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574039:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Tzankova 2007a, p. 113. Zie uitgebreider over class action settlements Klonoff, Bilich & Malveaux 2006, p. 651-747.
Rule 23 (e) (3). De rechter maakt bij de toets of een schikking fair, adequate and reasonable is gebruik van de Grinell factors zoals die zijn ontwikkeld in City of Detroit v. Grinell Corp., 495 F.2d 448, 463 (2d Cir. 1974). Zie Klonoff, Bilich & Malveaux 2006, p. 705, p. 720; Kroes 2008b, p. 268.
Kroes 2008b, p. 268.
Rule 23 (c) (1) (B). Zie ook Rule 23 (g).
Vgl. Kroes 2008b, p. 268.
Veel class actions eindigen uiteindelijk in een class settlement.1Een class settlement moet uiteindelijk door de rechter worden goedgekeurd op grond van Rule 23 (e) (1) (A). De rechter mag een class settlement alleen goedkeuren indien de schikking fair, adequate and reasonable is.2 Kroes wijst echter terecht op het feit dat ondanks deze eisen veelvuldig zogenaamde coupon settlements werden goedgekeurd.3 In dergelijke coupon settlements ontvangt de door de rechter benoemde advocaat (de class counsel) die optreedt voor de eiser of eisers die de class action voeren namens alle class members die gedupeerd zijn4 een aanzienlijk bedrag aan advocatenkosten, terwijl de class members niet meer ontvangen dan een tegoedbon voor een bepaald product of een bepaalde dienst. Voor de gedaagde zijn dergelijke schikkingen voordeling omdat maar een deel van de class members de tegoedbon ook daadwerkelijk gebruikt. Op grond van de Class Action Fairness Act 2005 dienen de advocaat-kosten tegenwoordig in redelijke verhouding te staan met de waarde van de tegoedbonnen die daadwerkelijk worden gebruikt door de class members.5