De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.1:7.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365116:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wat moet worden verstaan onder de verwerving van overwegende zeggenschap komt uitgebreid in § 13.2 ter sprake.
Zie over deze terminologie eerder § 1.4.
Dit wordt met zoveel woorden bevestigd in Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 8, p. 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het leerstuk acting in concert kan voor wat betreft het onderwerp of het doel van de samenwerking worden ingedeeld in twee categorieën. De eerste is samenwerking met als doel het verwerven1 van overwegende zeggenschap, gedefinieerd als het kunnen uitoefenen van ten minste 30% van de stemrechten (“offensief acting in concert”).2 De tweede categorie betreft de samenwerking met het doel een aangekondigd openbaar bod te dwarsbomen (“defensief acting in concert”). Zie hierover hoofdstuk 8. Samenwerking die niet onder een van beide categorieën valt, doet geen biedplicht ontstaan.3
Dit hoofdstuk gaat over offensief acting in concert. Eerst zal worden onderzocht welke personen onder het toepassingsbereik van de regeling vallen (§ 7.2). Vervolgens betoog ik dat het begrip overwegende zeggenschap en het daarin besloten liggende formele controlecriterium geen rol spelen bij acting in concert. In plaats daarvan gaat het om de materiële controle (§ 7.3). In het vervolg van dit hoofdstuk zal het door mij voorgestane materiële controlecriterium verder worden uitgewerkt (§ 7.4-7.6).
Het voorwerp van dit hoofdstuk ligt op de grens van het geldende recht en het in mijn ogen wenselijk recht. Ik heb geprobeerd zo duidelijk mogelijk aan te geven wanneer van dat laatste sprake is.