Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.3.3:5.3.3 Oorzaken van hindsight bias
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.3.3
5.3.3 Oorzaken van hindsight bias
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111432:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Roese & Vohs 2012, p. 413-415. Zie voorts: Hastie, Schkade & Payne 1999, p. 597-598.
Giard 2009.
Roese & Vohs 2012, p. 413-415.
OK Meavita, r.o. 3.2.; Meavita onderzoeksverslag, p. 17.
Roese & Vohs 2012, p. 415.
Meavita onderzoeksverslag, onder andere p. 48, 57, 60 en 78; OK Meavita, r.o. 3.2, 6.22-6.24.
Hermans 2017, p. 473.
Roese & Vohs 2012, p. 415-416; Hawkins & Hastie 1990, p. 312.
Vink 2015, p. 3076; Yopnick & Kim 2012, p. 63-64.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is interessant te zien welke vormen van hindsight bias bestaan en welke uitwerking zij hebben in de rechtspraak. Wat is nu echter de oorzaak van hindsight bias? Dat onderzoek ik in deze paragraaf. Hindsight bias vindt zijn oorsprong in drie verschillende kenmerken van het menselijk brein: (1) de cognitieve kenmerken; (2) de metacognitieve kenmerken; en (3) de motivational kenmerken. Ik bespreek deze kenmerken achtereenvolgens.
Ten eerste de cognitieve kenmerken. Hieronder vallen de recollection, de knowledge updating en de sensemaking. Recollection is het hebben van bepaalde misvattingen en het verkeerd herinneren van informatie of de eigen mening. Zoals in het verkiezingsvoorbeeld van Obama waarin u de kans op winst achteraf hoger inschat en achteraf zegt dat u deze kans altijd al zo hoog had ingeschat. Knowledge updating is het feit dat de mens nieuwe informatie verwerkt volgens bestaande structuren die hij reeds in zijn geheugen heeft. Nieuwe informatie die aansluit bij bestaande informatie wordt zonder al te veel moeite opgeslagen. Is echter sprake van tegenstrijdige informatie dan heeft ons menselijk brein hier veel meer moeite mee.1 De a priori-opvatting van de rechter over de gebeurtenissen bepaalt welke gegevens hij over de handelwijze voorafgaand aan de gebeurtenis verzamelt en hoe hij deze analyseert.2 Ten slotte ziet sensemaking op onze neiging informatie te versimpelen om het zo te kunnen onthouden. Daarnaast is bekend dat een reeks gebeurtenissen beter te onthouden is in een verhalende vorm omdat ons cognitieve vermogen deze gebeurtenissen aan elkaar koppelt. Hierbij kan vervorming optreden.3 Het op een objectieve manier achteraf doorgronden van een keten aan omstandigheden is voor de rechter een uitermate lastige, dan wel haast onmogelijke taak.
Ten tweede de metacognitieve kenmerken van ons brein. Metacognitie is het denken over ons eigen denken. Zo kunt u bijvoorbeeld zeggen dat u weet dat u het telefoonnummer van uw beste vriend kent. U zegt iets over uw eigen denken. In de Meavita-zaak doen de onderzoekers en de Ondernemingskamer op gelijke wijze aan metacognitief denken. Zo zeggen zij over hun denken dat zij daarbij alert zijn op het risico van hindsight bias.4 Bij de metacognitieve kenmerken past het verschijnsel dat ons brein een bepaald gevoel van ‘ease’ prettig vindt bij het verwerken van informatie. Zo vinden we twee verschillende oorzaken prettiger dan tien verschillende oorzaken. Dit gevoel van ease kan ertoe leiden dat sneller gestopt wordt met de zoektocht naar oorzaken, zodra enkele potentiële oorzaken zijn gevonden.5 Hierbij hoort het opmerken van signalen. Achteraf terugkijkend kunnen sommige gebeurtenissen of kenmerken van iemand worden gezien als een signaal dat aanleiding gaf om het resultaat te verwachten. Achteraf kan een te late publicatie van de jaarrekening gezien worden als een signaal dat ‘faillissement eraan zat te komen’, terwijl zicht op faillissement op dat moment niet aan de orde was, maar er andere redenen waren voor te late publicatie. Wij denken dat we signalen gemist hebben, terwijl deze signalen helemaal niet aanwezig waren in het verleden. Dit is het nadenken over ons eigen denken en hiermee het metacognitieve element binnen hindsight bias. Denk bijvoorbeeld aan een personeelsfunctionaris die een medewerker heeft aangenomen die vervolgens slecht functioneert. Achteraf berispt het management de personeelsfunctionaris voor het aannemen van een slecht functionerende medewerker, omdat toen de medewerker werd aangenomen er al signalen waren dat de medewerker wel eens problemen kon gaan vertonen. Achteraf onder invloed van hindsight bias zijn deze signalen evident, terwijl dit ten tijde van het aannemen van de werknemer helemaal niet zo hoefde te zijn.
In de Meavita-zaak hechten de onderzoekers en de Ondernemingskamer opmerkelijk veel waarde aan het niet opstellen van functieprofielen voor nieuwe leden van de rvb.6 Zien zij het niet opstellen van functieprofielen als een signaal dat de commissarissen hun zaken niet op orde hadden? Overschat de Ondernemingskamer hier wellicht het bereik van dit signaal? Het niet opstellen van functieprofielen terwijl dit wel vereist is, duidt inderdaad op een gebrek in de gang van zaken. Moet hier echter daadwerkelijk zo zwaar aan getild worden? De Ondernemingskamer lijkt hier juist zo zwaar aan te tillen met het oog op de gevolgen die de gebrekkige gang van zaken, het gebrekkige bestuur en het gebrekkige toezicht hebben gehad. Zij lijkt sterk te oordelen met de kennis van het heden.
De derde en laatste soort kenmerken die hindsight bias ‘mogelijk maken’ zijn de motivational kenmerken van ons brein. De mens wil graag de controle hebben over gebeurtenissen, heeft de neiging een oorzaak aan te wijzen en ziet graag causale verbanden. Ten aanzien van de motivational kenmerken is nog niet onomstotelijk aangetoond dat deze hindsight bias verklaren, hoewel hier wel aanwijzingen voor zijn gevonden.7 Bij het recente faillissement van V&D stonden de kranten vol met mogelijke oorzaken van het faillissement met daar vaak een waardeoordeel aan gekoppeld. Het faillissement kwam door te hoge huren of het opereren in een onduidelijk segment. En hadden de bestuurders niet hun bedrijfsvoering moeten aanpassen? Dit soort verhalen staat bol van zogenaamde causale verbanden. Daarnaast heeft de mens een bepaald natuurlijk zelfvertrouwen. Hij denkt regelmatig dat hij het zelf beter had gekund. Niet alleen naar zichzelf toe, maar hij wil ook graag naar zijn medemens intelligent overkomen (‘ik had het wel geweten’).8 De behoefte aan een verklaring en een causaal verband is groter naarmate de gebeurtenis onverwachter en negatiever is.9 Aangezien de rechter veelal geconfronteerd wordt met negatieve gebeurtenissen leidt dit cognitieve kenmerk eveneens tot een aannemelijk hindsight bias-risico.