Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.5:4.10.5 Voordelen van het afscheidingsrecht
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.5
4.10.5 Voordelen van het afscheidingsrecht
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644891:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voordeel van het recht tot afscheiding is dat het zakenrechtelijke systeem niet overhoop wordt gehaald, terwijl de nadelige gevolgen van natrekking ongedaan kunnen worden gemaakt. Het afscheidingsrecht doorbreekt, net als de iura tollendi, niet de bestanddeelvorming en betekent geen breuk met de natrekkingsregels. Deze gelden onverkort. Aan het eenheidsbeginsel wordt niet getornd. De eigenaar van de hoofdzaak is bevoegd om over de gehele zaak te beschikken. Een beperkt recht rust op de gehele eenheidszaak, dus inclusief het nagetrokken bestanddeel. Een bijkomend voordeel van het afscheidingsrecht is dat minder discussie bestaat over het antwoord op de vraag wanneer een zaak op basis van de verkeersopvatting een bestanddeel is geworden en, in het verlengde daarvan, wanneer sprake is van natrekking. Het recht tot afscheiding bestaat immers ondanks de bestanddeelvorming en natrekking. Voorts is het voordeel dat dit afscheidingsrecht zowel op roerende als op onroerende zaken en registergoederen van toepassing is. Eén regeling voor alle zaken is overzichtelijk.
Bovendien bewerkstelligt het recht tot afscheiding materiële continuïteit. De afscheiding op basis van dit recht maakt een uitzondering op de hoofdregel dat de eigenaar van de hoofdzaak ook eigenaar wordt van de afgescheiden zaken. De afscheidingsgerechtigde verkrijgt door het “recht van verwerving” een nieuw eigendomsrecht dat dezelfde kenmerken heeft als zijn oorspronkelijke eigendom. Was deze bezwaard met een pandrecht of een ander beperkt recht, dan is het nieuwe eigendomsrecht eveneens met dergelijke zakelijke rechten bezwaard. Pas dan zijn immers de (ongewenste) gevolgen van de natrekking ongedaan gemaakt en is er geen sprake van een ongerechtvaardigde verrijking: “res mutatur, non tollitur”.