Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/5.4.1:5.4.1 Verzekeringsovereenkomst
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/5.4.1
5.4.1 Verzekeringsovereenkomst
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483569:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 543.
Asser/Mijnssen/Davids/Van Velten 1996 (3-II), p. 470; Verdoes Kleijn (Zakelijke rechten), art. 5:136, aant. 4.
Asser/Mijnssen/Van Dam/VanVelten 2002 (3-II), p. 545.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Krachtens het bepaalde in art. 5:112 lid 1 sub d dient in het reglement van splitsing te worden bepaald door wiens zorg en tegen welke gevaren het gebouw ten behoeve van de gezamenlijke eigenaren van de appartementsrechten moet worden verzekerd. In het Modelreglement 2006 wordt deze zorg toevertrouwd aan het bestuur (art. 8). Mogelijk is evenwel dat een derde voor de verzekering dient zorg te dragen.1
Met betrekking tot uitkeringen uit verzekeringsovereenkomsten bepaalt art. 5:136 dat degene die blijkens het reglement verplicht is het gebouw te verzekeren de gezamenlijke eigenaren vertegenwoordigt bij de uitoefening van de rechten uit de betreffende overeenkomsten. Hij voert het beheer over de ontvangen penningen.
De eigenaren van de appartementsrechten hebben slechts recht op uitkering van de verzekeringspenningen in de navolgende gevallen:
indien na herstel van de schade een overschot aanwezig blijkt te zijn;
indien drie maanden zijn verlopen nadat de vergadering van eigenaren heeft besloten van herstel of verder herstel af te zien;
in geval van opheffing van de splitsing (art. 5:136 lid 4).
Voor deze constructie is gekozen teneinde te voorkomen dat de afzonderlijke eigenaren hun aandeel in de assurantiepenningen zouden kunnen opeisen. Immers in beginsel is op deze deelbare vordering art. 6:15 lid 1 van toepassing.
‘Uit deze regeling vloeit voort, dat het recht op de verzekeringspenningen, zowel voor als na de uitbetaling door de verzekeringsmaatschappij een onderdeel vormt van de gemeenschap, welke tussen de appartementseigenaars bestaat.’2
Dit heeft tot gevolg dat een schuldeiser van een eigenaar van een appartementsrecht geen beslag kan leggen op diens aandeel in de penningen, terwijl in geval van faillissement van een eigenaar de curator geen recht op de betreffende penningen kan doen gelden.3
De bepaling dat de eigenaren eerst recht hebben op de verzekeringspenningen indien en zodra de splitsing wordt opgeheven, lijkt mij overbodig indien wij mogen aannemen dat deze penningen tot de gemeenschap behoren. Immers indien en zodra de splitsing is opgeheven ontstaat een gemeenschap welke wordt geregeerd door titel 3.7. De deelgenoten kunnen verdeling vorderen conform de hoofdregel van art. 3:178. Of zouden de verzekeringspenningen tot een andere gemeenschapbehoren? Of is er geen gemeenschap?
Ik merk ten slotte opdat in art. 5:122 lid 1 is bepaald dat de overgang van een appartementsrecht mede omvat de als eigenaar verkregen rechten. In de literatuur4 wordt wel verdedigd dat het dan onder andere gaat over de rechten uit de zo-even besproken verzekeringsovereenkomst. Dit laatste lijkt mij niet juist indien wij mogen aannemen dat de rechten uit de verzekeringsovereenkomst in de gemeenschapvallen. Deze bepaling is dan overbodig. Overgang van een aandeel in de gemeenschapbetekent dan toch ook overgang van het aandeel in de vordering uit de verzekeringsovereenkomst dan wel de verzekeringspenningen!
Ook hier kunnen wij ons afvragen: bestaat er nog een andere gemeenschap? Of is ergeen gemeenschap?
Naar mijn oordeel werkt de wettelijke regeling praktisch wel goed. De theorie is evenwel niet goed doordacht en laat derhalve veel onzekerheid bestaan.