Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/1.1
1.1 Introductie
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192636:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
‘Bankroet van bedrijven vaak onnodig’, Het Financieele Dagblad 12 november 2012.
Brief van 26 november 2012, Kamerstukken II 2012/13, 29 911, nr. 74.
Communication from the Commission to the European Parliament, the Council and the European Economic and Social Committee, a new European approach to business failure and insolvency 12 december 2012, COM(2012) 742 final.
Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, inssolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 (Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie).
1. “Bankroet van bedrijven vaak onnodig”, kopte het Financieele Dagblad (‘FD’) op maandag 12 november 2012. Uit het artikel blijkt de onvrede die gevoeld werd onder rechters, advocaten, curatoren, banken, academici en belangenvereniging MKB-Nederland over de beperkte mogelijkheden om een schuldeiser te dwingen mee te werken aan een redelijk saneringsplan teneinde een faillissement te voorkomen.1
Enkele dagen na het verschijnen van het artikel in het FD kondigde de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie het wetgevingsprogramma ‘herijking faillissementsrecht’ aan.2 Een van de speerpunten betrof het ‘reorganiserend vermogen van bedrijven’. Niet lang na deze aankondiging werd duidelijk dat ook de Europese wetgever wetgevingsinitiatieven zou gaan ontwikkelen om de herstructurering van levensvatbare ondernemingen te faciliteren.3 De in juni 2019 aangenomen Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie (‘Herstructureringsrichtlijn’) verplicht lidstaten onder meer om ‘preventieve herstructureringsstelsels’ te hebben als onderdeel van het nationale insolventierecht.4
Op 5 juli 2019 werd de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (‘WHOA’) bij de Tweede Kamer ingediend.5 Het wetsvoorstel sluit aan bij de Europeesrechtelijke regels inzake preventieve herstructureringsstelsels.6 Indien dit wetsvoorstel het Staatsblad haalt, wordt het Nederlandse recht verrijkt met een nieuw fenomeen: het dwangakkoord buiten surseance en faillissement, ofwel het pre-insolventieakkoord. Met dit type akkoord kunnen schuldeisers en aandeelhouders onder bepaalde voorwaarden gebonden worden aan een herstructureringsplan, zonder dat daartoe surseance of het faillissement hoeft te worden aangevraagd. Het betreft een tot nu toe ontbrekende schakel in het scala aan akkoordmogelijkheden naar Nederlands recht. Dit onderzoek richt zich op dit nieuwe fenomeen in de Faillissementswet.