Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.2.2.c.ii:6.2.2.c.ii Het beginsel van nationale behandeling onder reciprociteitsvoorwaarde
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.2.2.c.ii
6.2.2.c.ii Het beginsel van nationale behandeling onder reciprociteitsvoorwaarde
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466484:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van formele reciprociteit is hier geen sprake: dan zou de reciprociteitstoets immers ook zijn vervuld indien het referentieland een andere conflictregel kent en die gelijkelijk toepast ten aanzien van nationale en vreemde werken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
807. Beginsel van nationale behandeling onder reciprociteitsvoorwaarde. Eenzijdig afgekondigde, onvoorwaardelijke nationale behandeling, zoals in het Franse Decreet, was evenwel een uitzondering. Meestal werd het beginsel van nationale behandeling in de nationale wet slechts afgekondigd 'onder de voorwaarde van wederkerigheid': het toepassingsbereik van onze wet wordt gelijkelijk uitgebreid tot werken uit een vreemd land, mits het toepassingsbereik van de desbetreffende vreemde wet gelijkelijk wordt uitgebreid tot onze werken.
808. Hedendaagse begrippen. Naar hedendaagse begrippen ontleed, betekent dat dat de toepassing van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling is onderworpen aan een inhoudelijke voorwaarde, namelijk de voorwaarde dat in het referentieland dezelfde conflictregel wordt toegepast. De conflictregel in het beginsel van nationale behandeling is dus onderworpen aan een absolute materiële-reciprociteitsvoorwaarde.1 Daarentegen is de vreemdelingenrechtelijke regel in het beginsel van nationale behandeling, het non-discriminatiebeginsel, aan een formele-reciprociteitstoets onderworpen. Op dit punt wordt immers niet méér gevraagd dan non-discriminatie door het referentieland; de inhoud van het vreemde recht blijft buiten beschouwing.
809. Toenmalige begrippen. Aldus ontwaren wij in de reciprociteitsvoorwaarde waaraan het beginsel van nationale behandeling in de negentiende-eeuwse nationale wetten dikwijls was onderworpen, naar hedendaagse begrippen twee vormen van reciprociteit: een formele-reciprociteitsvoorwaarde voor wat betreft het nondiscriminatiebeginsel en een absolute materiële-reciprociteitsvoorwaarde voor wat betreft het conflictenrecht. Destijds zal de reciprociteitsvoorwaarde betreffende het beginsel van nationale behandeling evenwel niet zo zijn geanalyseerd. Vreemdelingenrecht en conflictenrecht in het beginsel van nationale behandeling werden immers niet duidelijk onderscheiden. Bovendien was toepassing van dezelfde conflictregel zonder meer vanzelfsprekend gelet op de hegemonie van het formele-territorialiteitsbeginsel in het toenmalige conflictenrecht; hier was een reciprociteitsvoorwaarde feitelijk overbodig. In negentiende-eeuwse ogen zal bovenstaande analyse daarom vergezocht zijn geweest en was het beginsel van nationale behandeling simpelweg "aan wederkerigheid onderworpen." Vanuit hedendaags perspectief leert deze analyse ons evenwel dat, waar het beginsel van nationale behandeling aan de voorwaarde van reciprociteit is onderworpen, men niet louter over formele reciprociteit kan spreken.