RBP 2025/63
Hybride zitting. Onder welke omstandigheden is een hybride zitting toelaatbaar?
HR 13-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:902
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00997
24/00999
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- JCDI
JCDI:BSD24554:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:902, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1404, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑03‑2024
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
Hybride zitting. Videoverbinding. Eerlijk proces.
Onder welke omstandigheden is een hybride zitting toelaatbaar?
Samenvatting
In deze zaak hebben verzoekers – twee broers – verzoeken gedaan die tot instelling van een bewind over de goederen van hun moeder en tot instelling van een mentorschap ten behoeve van haar zouden moeten leiden. De rechtbank wees hun verzoeken toe, maar het hof wees ze af. In cassatie wordt geklaagd over de wijze waarop de zitting is gehouden, namelijk door middel van een videoverbinding met procesdeelnemers; een zgn. hybride zitting. Onder andere hierom zou de beschikking van het hof niet in stand kunnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.