De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.3.4:3.3.4 Rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden en woon- en vestigingsplaats
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.3.4
3.3.4 Rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden en woon- en vestigingsplaats
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399958:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 3.3.3.4 is geconcludeerd dat in een consumptiebelasting twee aanknopingspunten van belang zijn: het land van verbruik en het land van besteding. Daarbij kan het verbruik volgtijdelijk in verscheidene landen plaatsvinden. Er kunnen dus meer dan twee landen zijn die op grond van het baatbeginsel mogen heffen. Wanneer we kijken naar de invulling van de woon- en vestigingsplaats in de omzetbelasting dan pleit het baatbeginsel dus voor een invulling van dit begrip dat heffing in het land van verbruik en in het land van besteding waarborgt. Het principe van heffing in het land van verbruik wijst op een invulling van het vestigingsplaatsbegrip dat aansluit bij de plaats waar de economische activiteiten van de ondernemer worden uitgeoefend, daar waar hij zijn prestaties aanbiedt aan de consument. Dit criterium benadert heffing in het land van verbruik in elk geval beter dan een invulling op basis van de plaats waar bijvoorbeeld het bestuur van de ondernemer wordt uitgeoefend. De plaats waar het bestuur wordt uitgeoefend, heeft niets van doen met de levering van de prestatie zelf en moet dus altijd worden geacht in een verder verwijderd verband van het verbruik te staan dan de plaats waar de prestaties aan de consument worden aangeboden. Wanneer niet de vestigingsplaats van de leverancier, maar de woonplaats van de consument van belang is voor het vaststellen waar een prestatie is belast, is vanuit het perspectief van heffing in het land van verbruik een invulling van dit begrip woonplaats gewenst dat aansluit bij waar het persoonlijk leven van de consument zich afspeelt. Hij zal binnen zijn persoonlijk leven het merendeel van de door hem afgenomen goederen en diensten consumeren. Heffing in het land van besteding kan meer pleiten voor een invulling van het vestigingsplaatsbegrip op basis van bijvoorbeeld een meer centrale plaats waar overeenkomsten worden opgemaakt en gesloten. Echter vaak zal een consument ook ter plaatse, bijvoorbeeld met het verkoopkantoor, een overeenkomst tot levering van een goed of dienst sluiten. Daar van uitgaande is heffing in het land waar de leverancier zijn prestaties verricht het meest nuttige aanknopingspunt. Ook vanuit het perspectief van heffing in het land van besteding is een invulling van de woonplaats van de consument geboden die aansluit bij de plaats waar zijn persoonlijke leven zich bevindt. Vanuit die plaats en dat land zal hij het merendeel van zijn bestedingen doen die hem in staat stellen te consumeren. Vanuit de gedachte dat heffing moet plaatsvinden in het land van verbruik is de woonplaats van de consument, zoals hiervoor aangegeven, een meer geschikt criterium dan de vestigingsplaats van de leverancier. Vanuit het perspectief van heffing in het land van besteding is de vestigingsplaats van de leverancier juist weer een meer geschikt aanknopingspunt dan de woonplaats van de consument in de veronderstelling dat de consument zich meestal naar de leverancier begeeft.