JONDR 2020/498
Hof Amsterdam, 02-03-2020, nr. 200.268.745/01 OK
Hof Amsterdam 02-03-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:610
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
2 maart 2020
- Zaaknummer
200.268.745/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2020:3765, Uitspraak, Hof Amsterdam, 15‑12‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3226, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑11‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3074, Uitspraak, Hof Amsterdam, 13‑11‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1246, Uitspraak, Hof Amsterdam, 14‑05‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:679, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑03‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:610, Uitspraak, Hof Amsterdam, 02‑03‑2020
- Wetingang
Essentie
Concernenquête; gegronde redenen voor twijfel; onderzoek bevolen Nederlandse vennootschappen; onmiddellijke voorziening getroffen; niet-ontvankelijkheid jegens buitenlandse dochtervennootschappen.
Uitspraak
Het verzoek een enquête te gelasten betreft de houdstervennootschap alsmede de dochtervennootschappen, ook die naar buitenlands recht zijn opgericht. Ten aanzien van de houdstervennootschap en haar Nederlandse dochtervennootschap geldt dat aan de voorwaarden voor het gelasten van een concernenquête is voldaan, nu zij deel uitmaken van dezelfde economische en organisatorische eenheid onder gemeenschappelijke leiding. Ten aanzien van de andere dochtervennootschappen geldt dat deze naar buitenlands recht opgerichte rechtspersonen niet zelfstandig voorwerp kunnen zijn van een enquête. Bij het oordeel of sprake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.