Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/6.4.5
6.4.5 Samenwerking in het AFM-toezicht
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS607403:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie de hoofdstukken 5b en 5c van de Wta voor de nationale en internationale samenwerkingsbevoegdheden van de AFM. Zie voor een toelichting op de samenwerking in het AFM-toezicht Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 127-132.
Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 128.
Voor samenwerking met toezichthoudende instanties van andere EU-lidstaten zie art. 63f t/m 63i Wta en voor de samenwerking met toezichthoudende instanties van staten die geen lidstaat zijn, zie art. 63j en 63k Wta.
Deze overeenkomsten worden Memorandum of Understanding (MoU) genoemd en zijn te raadplegen op www.afm.nl/nl-nl/over-afm/werkzaamheden/internationale- samenwerking/mou. Zie nader Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 130 en p. 299-301.
Zo hebben de meeste beurs-NV’s met een notering aan een gereglementeerde markt buiten de EU een notering in New York. Beurs-NV’s in den vreemde zijn “vennootschappen met statutaire zetel in Nederland, wier (certificaten van) aandelen (primair) zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een daarmee vergelijkbaar systeem of tot de handel op een multilaterale handelsfaciliteit of een daarmee vergelijkbaar systeem, gelegen buiten Nederland.” Bootsma, Hijink en In ’t Veld 2015, p. 611 (noot 5). Zie voor een overzicht van de beurs-NV’s in den vreemde, Bootsma, Hijink en In ’t Veld 2015, p. 619-620 (tabel 1). Zie nader over de beurs- NV, Bootsma en Hijink, 2014. Tevens maken beursgenoteerde bedrijven uit de Verenigde Staten voor de controle van activiteiten in Nederland ook gebruik van Nederlandse accountantsorganisaties.
Zie p.1 van de PwC reactie op het AFM rapport ‘Kwaliteit OOB-accountantsorganisaties onderzocht’, (bijlage bij) AFM 2017b.
Zie p.1 van de PwC reactie inzake AFM rapport ‘Kwaliteit OOB-accountantsorganisaties onderzocht’, (bijlage bij) AFM 2017b.
Knoop en Piersma 2017.
Zie nader paragraaf 6.3.1.
Zie www.ifiar.org/.
Beschrijving door de AFM van haar rol in het IFIAR: www.afm.nl/nl-nl/over-afm/werkzaamheden/internationale-samenwerking/mondiaal, geraadpleegd op 31 juli 2018.
Zie in gelijke zin de column van Marcel Pheijffer in Het Financieele Dagblad, Pheijffer 2018.
Zie in vergelijkbare zin Eijkelenboom 2016b, p. 51-52.
De AFM heeft de bevoegdheid om met diverse instanties samen te werken in de uitoefening van het toezicht.1 Nationaal werkt de AFM samen met de SRA en de NBA in het toezicht op de niet-OOB-accountantsorganisaties. Zij hebben hiertoe convenanten afgesloten waarin afspraken staan over samenwerking op het gebied van kwaliteitstoetsing en het gebruik van de NBA- en SRA-toetsingsuitkomsten door de AFM.2 Een voorbeeld van de samenwerking in de praktijk is de tuchtklacht die de AFM heeft ingediend tegen een accountants-administratieconsulent verbonden aan een niet-OOB-accountantsorganisatie naar aanleiding van de toetsingsresultaten van de SRA.3 Internationaal werkt de AFM samen met toezichthoudende instanties van binnen en buiten de EU.4 De AFM heeft met de toezichthouders uit de Canada (Canadian Public Accountability Board), Zwitserland (Federal Audit Oversight Authority), Japan (Financial Services Agency of Japan en de Certified Public Accountants and Auditing Oversight Board) en de Verenigde Staten (Public Company Accounting Oversight Board) overeenkomsten over samenwerking in het toezicht op accountants en accountantsorganisaties afgesloten.5 De samenwerking tussen de PCAOB en AFM is daarbij het meest omvangrijk en verstrekkend.6 De onderzoeksuitkomsten van inspecties van de PCAOB en de AFM kunnen in de praktijk van elkaar afwijken zoals ook PwC uitlicht in haar reactie op het Dashboardonderzoek 2017.7 Verschillende onderzoeksuitkomsten zorgen niet alleen voor onduidelijkheid in de sector maar ondermijnen mogelijk het vertrouwen in de toezichthouder. Zo concludeert PwC naar aanleiding van de van elkaar afwijkende onderzoeksresultaten van de AFM en PCAOB dat de normen internationaal verschillend worden uitgelegd wat de zuiverheid van het beeld dat de AFM schetst met betrekking tot de voortgang van het veranderproces beïnvloedt.8 AFM-bestuurder Gerben Everts reageert hierop door te stellen dat de conclusies van de PCAOB gelijk zijn aan die van de AFM maar dat het Amerikaanse normenkader op punten afwijkt van het Nederlandse wat de verschillende onderzoeksuitkomsten verklaart.9 De onzekerheid die accountantsorganisaties ervaren in het toezicht verklaart mogelijk de drang van accountants naar een meer rule-based invulling van kwaliteitsbevorderende regelgeving.10
Naast samenwerkingsovereenkomsten met individuele toezichthouders werkt de AFM ook samen met toezichthouders uit meer dan 50 jurisdicties in het IFIAR11 tevens is zij onderdeel van de European Group of Auditors’ Oversight Bodies (‘CEAOB’).12 Het IFIAR is opgericht in 2006 met het doel “to serve the public interest and enhance investor protection by improving audit quality globally”.13 IFIAR tracht dit doel te bereiken door het delen van kennis over en het bevorderen van samenwerking en consistentie in het toezicht op accountantsorganisaties. De AFM is van april 2009 tot april 2015 (vice)voorzitter van IFIAR geweest en heeft tijdens deze periode “ingezet op het intensiveren van het gezamenlijk oppakken en adresseren van kwaliteitsrisico’s” en is daarnaast de “aanjager van fundamentele veranderingen van gedrag en cultuur bij accountantsorganisaties […] met speciale aandacht voor de ‘tone at the top’ van de internationale organisaties en de interne governance van accountantsorganisaties”.14 Harmonisatie van het toezicht op accountantsorganisaties met een grensoverschrijdende gelijke focus van toezichthouders is bevorderlijk voor accountantsorganisaties met een internationaal netwerk omdat het leidt tot een gelijk(er) speelveld. En is het niet logisch om een mondiaal probleem op mondiaal niveau te op te lossen?15 Echter indien nationale speerpunten in het toezicht en interpretaties van wet- en regelgeving afwijken van de gezamenlijke (geharmoniseerde) aandachtspunten en interpretaties kan dit ook leiden tot concessies in het toezicht met een mogelijk kwaliteitsbelemmerend effect.16 Tevens bestaat het risico op een zwalkende internationale toezichtstrategie door het roulerende voorzitterschap waarbij een land mogelijk de prikkel heeft om nationale aandachtsgebieden in het toezicht ook internationaal op de agenda te zetten.