Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.11
2.11 Andere rechtsgebieden
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399456:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk R.H. Happé, Het tijdperk van splendid isolation voor de fiscaliteit ligt definitief achter ons, WFR 2012/1162.
Zie bijvoorbeeld V.E. Broeders/F.M. van der Zeijden, De interactie tussen het civiele en het fiscale recht, WFR 2014/1496.
R. Hütteman, Besteuerung von Unternehmen – Entwicklungen und Ausdifferenzierung, StuW 1/2014, blz. 66.
Zie Nijssen die verslag doet van de oratie van Bobeldijk. W. Nijssen, Invloeden op de vennootschapsbelasting, WFR 2012/63, paragraaf 4.
Zie hieromtrent bijvoorbeeld H. Kahle/A. Dahlke/S. Schulz, Zunehmende Bedeutung der IFRS für die Unternehmensbesteuerung? StuW 3/2008, blz. 27-274.
Het fiscale recht staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van het gehele rechtssysteem. Naast bijvoorbeeld de in hoofdstuk 2.3.3 en 2.7 beschreven economische invalshoek, respectievelijk het Europese recht kunnen ook andere rechtsgebieden van invloed zijn op het fiscale recht (en dus ook op de winstbelasting van lichamen).1 Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het jaarrekeningenrecht, civiele recht2, bestuursrecht, De Wet op het financieel toezicht, corporate governance etc. Hütteman wijst er bijvoorbeeld op dat in de geschiedenis destijds nieuwe civiele rechtsvormen in Duitsland, zoals de GmbH & Co KG, geleid hebben tot fiscale gedragsveranderingen en dat bijvoorbeeld de handelsrechtelijke voorschriften voor de belastinggrondslag nog steeds een beduidende invloed hebben.3
Dingemans e.a. wijzen er op dat voor een juiste toepassing van het fiscale recht niet afdoende is dat men de taal der fiscaliteit beheerst, maar dat ook begrippen uit andere rechtsgebieden gekend en toegepast moeten kunnen worden. Zij geven als voorbeeld dat voor de toepassing van de country-by-country reporting (art. 29b-29h Wet VPB 1969) kennis nodig is van de in het jaarrekeningenrecht opgenomen consolidatieregels (omtrent het begrip “groepsentiteit) en bij de vrijgestelde beleggingsinstelling (art. 6a Wet VPB 1969 van de Wet op het financieel toezicht (omtrent het begrip “financiële instrumenten’’).4 Ook Bobeldijk gaat in op de invloed van andere rechtsgebieden, zoals het jaarrekeningenrecht, op het fiscale recht.5 Duitsland kent eenzelfde ontwikkeling. Zo wordt bij de renteaftrekbeperking (Zinsschranke) bij het bepalen van een groep aangesloten bij de IFRS regels.6
In mijn onderzoek zullen op diverse plekken de invloeden van andere rechtsgebieden (vergelijk de fiscaal-juridische toets uit mijn toetsingskader) op de Nederlandse en/of Duitse winstbelasting van lichamen naar voren komen. Een integrale toetsing of weergave van de verhouding tussen de diverse rechtsgebieden en fiscaliteit valt buiten het bestek van mijn onderzoek.