Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.10.2
13.10.2 Artikel 23 EEX-r/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413189:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Travaux préparatoires Convention de Lugano, p. 42, 48, 56 en 66; Stiive, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 165.
Klauser, EZPR, p. 159; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 139; Stiive, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 162.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
Tribunale di Genova 22 januari 1977, Serie D I-17.1.2-B 7; Corte d' appello di Genova 25 mei 1979, Serie D I-17.1.2-B 17; CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B 25 die alle oordelen dat de forumkeuze geldig is.
Schultsz, noot onder HvJ 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417; NJ 1984, 735, p. 2624; Bisschoff, Clunet 1985, p. 162. De afzender schijnt slechts in weinig landen het cognossement te tekenen.
Stiive, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 163 met een overzicht van rechtspraak van nationale gerechten.
Noot Schultsz, NJ 1984, p. 2624 en Gaudemet-Tallon, Rev. Crit., 1985, p. 393.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447.
Zie rechtspraak aangehaald bij Basedow,1PRax 1985, p. 136 die in overwegende mate totstandkoming van een forumkeuze afwijst; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 189 en Laenens, TvP 1982, p. 256 met verwijzing naar Belgische rechtspraak; Stiive, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 163; RvK Antwerpen 19 november 1975, RW 1975-1976, p. 2225 (geldig); HvB Antwerpen 15 juni 1977, Serie D I-17.1.1-B 5, RW 1977-1978, p. 1630 die het cognossement meer als een ontvangstbewijs ziet, maar geen overeenkomst tussen vervoerder en ontvanger (ongeldig); RvK Antwerpen 24 januari 1978, Serie D I-17.1.2-B 14 (ongeldig); HvB Antwerpen 20 december 1980, Serie D I-17.1.1-B 9 (ongeldig); RvK Antwerpen 21 mei 1980, Serie D I-17.1.1-B 16 (ongeldig); Rb. Rotterdam 22 januari 1982, S&S 1982, 88 , Serie D I-17.1.1-B 18 (ongeldig); Rb. Rotterdam 23 november 1984, NIPR 1985, 188 (ongeldig); Rb. Rotterdam 14 december 1984, NIPR 1988, 324 (ongeldig); Rb. Rotterdam 12 juli 1985, S&S 1986, 4, NIPR 1986, 324 (geldig); HvB Antwerpen 26 februari 1986, Serie D I-17.1.2-B 33 (ongeldig); Rb. Rotterdam 30 september 1988, S&S 1989, 50, NIPR 1989, 479 (ongeldig en ook geen lopende handelsbetrekkingen). Zie recent echter Rb. Rotterdam 10 augustus 2005, NIPR 2006, 63 die aanneemt dat een forumkeuze in een cognossement voldoet aan het vormvoorschrift van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°.
Anders de Belgische gerechten - zie vorige noot. Zij gingen bijna steeds uit van het onjuiste uitgangspunt dat wilsovereenstemming en een schriftelijke overeenkomst of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst dient te bestaan tussen de vervoerder en de derde houder van het cognossement.
HvB Antwerpen 15 juni 1977, Serie D I-17.1.1-B 5, RW 1977 -1978, p. 1630 die het cognossement meer als een ontvangstbewijs ziet, maar geen overeenkomst tussen vervoerder en ontvanger; RvK Antwerpen 24 januari 1978, Serie D I-17.1.2-B 14; RvK Antwerpen 21 mei 1980, Serie D I-17.1.1-B 16; vgl. Laenens, TvP 1982, p. 257; Kropholler, EZPR p. 250, nr. 90.
Schultsz, NJ 1984, 735, p. 2624; in gelijke zin Gaudemet-Tallon, Rev. Crit. 1985, p. 393 en Stiive, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 163.
Nagel/Gottwald, IZPR, p. 139.
Kropholler, EZPR, 5' druk, p. 250, nr. 90; RvK Antwerpen 24 januari 1978, Serie D I-17.1.2-B 14; RvK Antwerpen 21 mei 1980, Serie D I-17.1.1-B 16; Rb. Rotterdam 22 januari 1982, Serie D I-17.1.1-B 18 (wegens een ondeugdelijke verwijzing, zie par. 13.11.2); HvB Antwerpen 26 februari 1986, Serie D I-17.1.2-B 33.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735, r.o. 18.
Klauser, EZPR, p. 159; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 139; Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 163.
Rb. Rotterdam 13 januari 1989, S&S 1989, 80, NIPR 1989, 442; Rb. Middelburg 7 september 1994, S&S 1994, 117, NIPR 1994, 284; Hof 's-Gravenhage 19 december 1995, NIPR 1996, 429; Rb. Amsterdam 11 december 2002, NIPR 2003, p. 283; voor verwijzingen naar rechtspraak zie Krop-holler, EZPR, p. 250, nr. 90.
Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 163.
Rb. Middelburg 7 september 1994, S&S 1994, 117, NIPR 1995, 284 laat dat echter in het midden.
Travaux Préparatoires, Convention de Lugano, p. 57; Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 171; Rb. Rotterdam 24 augustus 1990, S&S 1992, 14, NIPR 1992, 279; CA Noumea 12 augustus 1982, Serie D 1-17.1.2 —B 25; Cour de Cassation lère ch. civ. 3 december 1991, Rev. Crit. 1992, p. 340.
Kropholler, EZPR, p. 301, nr. 62; Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 164 met verwijzing naar rechtspraak van nationale gerechten; Rb. Rotterdam 17 juni 1994, NIPR 1995, 289; Rb. Rotterdam 2 september 1994, NIPR 1995, 290 die art. 17 lid 1 sub c EVEX zelfs toepast buiten het formele toepassingsbereik; Rb. Rotterdam 29 januari 1998, NIPR 2000, 208; Rb. Rotterdam 22 oktober 1998, S&S 1999, 80, NIPR 1999, 292; Rb. Rotterdam 16 mei 2002, NIPR 2003, 56.
Schlosser, EZPR, p. 166; Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 164.
Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 164.
Schlosser, EZPR, p. 166.
De rechtspraak over vormvoorschriften en een forumkeuze in een cognossement heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt mede door de wijzigingen in het Eerste en Derde Toetredingsverdrag van art. 17 EEX. De Scandinavische landen en Zwitserland gingen bij de onderhandelingen over het EVEX zover dat zij voor de forumkeuze in een cognossement een aparte bepaling in art. 17 EVEX wilden opnemen.1 Die bepaling is er niet gekomen. Ik bespreek de forumkeuze in een cognossement aan de hand van de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
i) Schriftelijke overeenkomst
Zodra beide partijen (afzender en vervoerder) het cognossement hebben ondertekend of de afzender schriftelijk zijn instemming kenbaar heeft gemaakt, is sprake van een schriftelijke overeenkomst. Dat komt in de praktijk echter niet voor. In beginsel is de forumkeuze dan geldig, omdat aan de vorm van een schriftelijke overeenkomst is voldaan.2 Het Hof van Justitie heeft hieromtrent overwogen:
`Een bevoegdheidbeding dat deel uitmaakt van de voorwaarden die op een door de vervoerder ondertekend cognossement zijn gedrukt, voldoet slechts aan de in art. 17 Executieverdrag gestelde vereiste van een 'schriftelijke overeenkomst', indien de inlader schriftelijk heeft verklaard in te stemmen met de voorwaarden die dat beding bevatten, hetzij op het betrokken document zelf, hetzij bij afzonderlijk geschrift.'3
Hierover is weinig geprocedeerd,4 omdat een door beide partijen ondertekende forumkeuze in de praktijk niet of nauwelijks voorkomt5 en de geldigheid van een aldus tot stand gekomen forumkeuze onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag nauwelijks serieus kan worden betwist.
ii) Schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst
Over de geldigheid van een forumkeuze in een cognossement die door één partij (vervoerder of een vertegenwoordiger van hem) is ondertekend, is daarentegen veel geprocedeerd. De uitkomsten van de procedures voordat het Eerste Toetredingsverdrag in werking trad6 waren wisselend. Ook de mogelijkheid van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst is in de meeste gevallen slechts een theoretische mogelijkheid. De forumkeuze zal geen onderwerp van discussie zijn, zodat de voorwaarde dat de mondelinge overeenkomst - die schriftelijk door het cognossement is bevestigd - betrekking moet hebben op de forumkeuze niet in vervulling gaat.7 Ik verwijs naar het antwoord van het Hof van Justitie in de zaak Segoura/Bonakdarian naar aanleiding van de tweede vraag van het BGH.8 Een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst werd meestal niet geacht tot stand te zijn gekomen.9 Vaak voerde het gerecht hiervoor aan dat de mondelinge wilsovereenstemming (tussen vervoerder en afzender10) ontbrak.11 Een mondelinge overeenkomst over een forumkeuze in een cognossement tussen afzender en vervoerder noemt Schultsz `graue Theorie' 12 Als uitzondering laat zich de situatie denken dat partijen reeds eerder een vervoerovereenkomst hebben gesloten op basis van een zelfde cognossement waarmee de afzender toen heeft ingestemd.13 Soms beredeneerde het gerecht dat een forumkeuze in een cognossement niet voldeed aan de vormvoorschriften van art. 17 EEX.14 Een forumkeuze zal derhalve niet gauw voldoen aan dit vormvoorschrift.
iii)Lopende rechtsbetrekkingen
De rechtspraak beoordeelt de geldigheid van een forumkeuze in een cognossement zelden aan de hand van art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag, hoewel het Hof van Justitie daartoe in het arrest Tilly Russ/Nova uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt.15 Het Hof van Justitie oordeelde dat een forumkeuze in een cognossement geldig is, indien het cognossement deel uitmaakt van de lopende handelsbetrekkingen tussen afzender en vervoerder op voorwaarde dat deze betrekkingen in hun geheel worden beheerst door de algemene voorwaarden van het cognossement. De toevoeging van lid 1 sub c heeft naar mijn mening er niet toe geleid dat een beroep op lid 1 sub b is uitgesloten. Bij ladingschade zal de derde houder van het cognossement overigens in een lastige bewijspositie verkeren om lopende handelsbetrekkingen aan te tonen tussen afzender en vervoerder, omdat hij geen partij is (geweest) in de verhouding tussen afzender en vervoerder. Een forumkeuze in een cognossement in lopende rechtsbetrekkingen kan echter voldoen aan het vormvoorschrift van art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag.16
iv)Gebruikelijke vorm in de internationale handel
Sinds de inwerkingtreding van het Eerste Toetredingsverdrag17 acht de rechtspraak de forumkeuze in een cognossement in de regel geldig.18 Dat is niet verrassend, omdat de wijziging mede was bedoeld om een forumkeuze in een cognossement te laten voldoen aan de vormvoorschriften van art. 17 EEX.19 Meestal legt de rechter aan het oordeel over de geldigheid ten gronde dat de overeenkomst is gesloten in een vorm in de internationale handel die wordt toegelaten door de gebruiken op dit gebied en die partijen kennen of geacht worden te kennen.20 Ten aanzien van geen andere wijze van (mogelijke) totstandkoming van een forumkeuze is het gevolg van het Eerste Toetredingsverdrag zo groot geweest als ten aanzien van het cognossement. Van wisselende rechtspraak voor het Eerste Toetredingsverdrag is de rechtspraak thans welhaast unaniem dat een forumkeuze in een cognossement een vorm is die wordt toegelaten door de gebruiken op dit gebied en die partijen kennen of geacht worden te kennen.21
Onder het Derde Toetredingsverdrag is deze lijn voortgezet en is het oordeel bijna steeds dat een forumkeuze in een cognossement een vorm is die in de internationale handel gebruikelijk en algemeen bekend is en die partijen kennen of geacht worden te kennen 22 Meestal is de forumkeuze afgedrukt op de achterzijde van het cognossement en slechts ondertekend door of namens de vervoerder.23 De afzender moet van de forumkeuze kennis hebben kunnen nemen.24 Indien na het sluiten van de vervoerovereenkomst de zaken niet ter vervoer worden aangeboden aan de vervoerder, gelden de gebruikelijke cognossementsvoorwaarden, mits de afzender daarvan kennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen.25
De gerechten baseren de geldigheid van de forumkeuze in een cognossement sinds het Derde Toetredingsverdrag op art. 17 lid 1 sub c Verdrag zonder de andere mogelijkheden van art. 17 lid 1 Verdrag te onderzoeken. De EEX-V° brengt in deze bepaling geen wijziging, zodat deze rechtspraak zijn gelding behoudt voor 23 lid 1 EEX-V°.