De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.1:12.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.1
12.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS370016:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De (mogelijke) samenloop tussen de verschillende acting in concert-toerekeningsregels komt in § 12.2.6 aan de orde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam uitgebreid aan de orde wanneer sprake is van onderling overleg zoals bedoeld in de definitie in art. 1:1 Wft. Het belangrijkste gevolg van handelen in onderling overleg is dat er tussen de samenwerkende partijen toerekening van stemrechten in de doelvennootschap plaatsvindt. Indien na toerekening een van hen of allen gezamenlijk overwegende zeggenschap verwerft dan wel verwerven, ontstaat er een biedplicht.
Op het punt van toerekening is de wettelijke regeling zeer summier en geeft zij aanleiding tot fundamentele vragen (§ 12.2). Een belangrijke vraag, die in de praktijk geregeld speelt, is of toerekening in acting in concert-situaties ook op een andere grondslag zou kunnen berusten, met name via het element “kunnen uitoefenen” van stemrechten zoals bedoeld in de definitie van overwegende zeggenschap; als dat zo is, kunnen er samenloopproblemen ontstaan (§ 12.3).1 Toepassing van de op zichzelf al complexe toerekeningsfiguur in een aantal praktisch relevante, complexe verhoudingen rechtvaardigt een afzonderlijke bespreking (§ 12.4). Ten slotte zal worden onderzocht of er gevallen zijn waarin een uitzondering op de toerekening gerechtvaardigd is; naar huidig recht bestaan er nog geen uitzonderingen (§ 12.5).Wel bestaan er al vrijstellingen van de biedplicht, maar dat is niet hetzelfde.