Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.3.3:2.3.3 Mandeligheid als vorm van gebonden mede-eigendom
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.3.3
2.3.3 Mandeligheid als vorm van gebonden mede-eigendom
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481136:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Brahn 1980, p. 273 spreekt zelf van de gebondenste vorm van mede-eigendom die ons recht kent. Pitlo/Brahn 1977, p. 259, spreekt van een zeer gebonden vorm van mede-eigendom. Zie ook nog Pitlo/Gerver 1995, p. 212.
Asser/Mijnssen/De Haan 2001 (3-I), p. 442. Zie ook Pitlo/Gerver e.a. 1995, p. 212.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de opvatting van Pitlo/Brahn is er in geval van mandeligheid uiteraard sprake van een gebonden gemeenschap.1 De nadere band die door hem wordt geëist wordt bepaald door de rechtshandeling tot gemeenschappelijk nut dan wel de aard van het werk. Ook in de visie van Asser/Mijnssen/De Haan is er sprake van een gebonden gemeenschap: van belang hierbij is de onmogelijkheid om verdeling te eisen (art. 5:63 lid 2)2 en de onmogelijkheid om tot levering van een aandeel in dat geheel of een deel daarvan over te gaan (art. 5:63 lid 1). In de visie van Schoordijk is er geen sprake van een gebonden gemeenschap.