Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489657:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Mourik 2006, p. 4 en 5.
Hijma/Olthof 1999, p. 134. In Hijma/Olthof 2005 komt de desbetreffende passage niet meer voor. Zie ook nog Snijders/Rank-Berenschot 2001, p. 169.
Zie bijvoorbeeld Lubbers 1977 en Lubbers 1979.
De termen worden overigens nog steeds gebruikt: zie bijvoorbeeld Venemans 1997, p. 23 en 24; Pitlo/Van der Burght 1997, p. 324.
Zie ook Zwitser 1992, p. 198.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat wij mandeligheid hebben gekarakteriseerd als een vorm van eenvoudige gemeenschap zou ik hier aandacht willen besteden aan het verschijnsel vrije en gebonden mede-eigendom.
Ten aanzien van dit bekende begrippenpaar, ook wel ruimer aangeduid als gebonden en vrije gemeenschap, kan worden opgemerkt dat de wet deze termen niet kent.1 Het onderscheid is in het Burgerlijk Wetboek geheel verdwenen, aldus Hijma/Olthof.2
In de literatuur wordt zeer verschillend gedacht over het nut en het belang van deze onderscheiding.3
Juist omdat dit onderwerpzoveel pennen in beweging heeft gebracht4 en omdat naar mijn oordeel mandeligheid kan worden aangemerkt als één van de meest uitgesproken vormen van gebonden mede-eigendom,5 lijkt een korte bespreking hier op zijn plaats.