Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/4.3.1
4.3.1 Waarderingsdilemma’s
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS616873:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit kader bijv.: Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 22 juni 2000, JOR 2000/169 (Polygram); Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 29 juni 2000, JOR 2000/170 (Pirelli) en meer recent Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 15 mei 2013, JIN 2013/71, m.nt. E. Baghery en G.C. Vergouwen (SAAB). Voor een nadere uiteenzetting van de peildatumproblematiek wordt verwezen naar C.D.J. Bulten, ‘Peildatumperikelen’, in: Willems’ wegen, opstellen aangeboden aan prof. mr. J.H.M. Willems, Deventer: Wolters Kluwer 2010, p. 63 e.v. Voor een laatste update over de huidige stand van zaken verwijs ik kortheidshalve naar: J.B. Huizink e.a., Waardering van aandelen na UNIT4, Deventer: Wolters Kluwer 2016. Met de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) van 7 juli 2015, JOR 2015/234 (UNIT4) is de Ondernemingskamer teruggekomen op het door de Ondernemingskamer sinds 2000 gevoerde beleid dat in uitkoopprocedures de prijs van de betreffende aandelen moet worden bepaald per een tijdstip dat zo dicht mogelijk ligt bij de datum waarop de overdracht van de betrokken aandelen moet plaatsvinden. R.o. 3.17, Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) van 7 juli 2015, JOR 2015/234 (UNIT4): “Bovenstaande overwegingen brengen de Ondernemingskamer ertoe om vanaf heden in uit-koopprocedures die volgen op een openbaar bod bij het bepalen van de peildatum aansluiting te zoeken bij het bod. Meer in het bijzonder zal in die gevallen als uitgangspunt worden gehanteerd dat de peildatum gelijk is aan de datum van de betaalbaarstelling onder het bod, mits de bieder dan ten minste 95% van het geplaatste kapitaal (en ten minste 95% van de stemrechten) van de doelvennootschap houdt.”
Bij een waardering voor de blokkeringsregeling heb ik, aan de hand van interviews met deskundigen, onderscheid gemaakt tussen de volgende waarderingsdilemma’s: de te hanteren waardemaatstaf (paragraaf 4.3.2), de te hanteren waarderingsmethode (paragraaf 4.3.3), de eventuele toepas sing van discounts (paragraaf 4.3.4), het waarderingsproces (paragraaf 4.3.5) en de uiteindelijke prijsvaststelling (paragraaf 4.3.6).
Aangezien de waarderingsdeskundige de opdracht krijgt om zijn waardering op een bepaald moment uit te voeren is er geen sprake van een dilemma omtrent de waarderingsdatum, de zogenoemde peildatum. Wat de betreffende peildatum moet zijn, is voorafgaand aan de verstrekking van de waarderingsopdracht vaak wel – ook in andere ondernemingsrechtelijke procedures – een punt van discussie.1