Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.3.2.1
5.3.2.1 Bestaande verhaalsrechten en voorrang
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587104:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 531-532; Wiarda 1937, p. 325-326; Van Achterberg 1999, nr. 11; Wibier 2009a, nr. 15; Asser/Mijnssen & De Haan 3-I 2006, nr. 42; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.10. Vgl. voor het oude recht, Rb. 's-Hertogenbosch 20 juli 1993, NJ 1994,311.
Zie Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 12; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 257; Wibier 2009a, nr. 15. Zie ook hiervóór nr. 182.
Zie voor art. 6:143 lid 1 BW, hierna nr. 670.
Zie Wiarda 1937, p. 325-326; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.10; Asser/Mijnssen & De Haan 3-1 2006, nr. 42; Wibier 2009a, nr. 15.
Zie Wiarda 1937, p. 312; Fesevur 1992, nr. 9; Van Achterberg 1999, nr. 11; Asser/Mijnssen & De Haan 3-1 2006, nr. 282; Snijders & Rank-Berenschot 2007, nr. 48-49; Asser/Van Mierlo & Van Velten 3-VI* 2010, nr. 469; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 10.
Vgl. art. 57 lid 3 Fw dat ook alleen over schuldeisers met voorrechten spreekt, maar waarvan wordt aangenomen dat het ook op schuldeisers met voorrang op grond van de wet betrekking heeft. Zie Biemans 2009f, p. 83, nt. 37 met verdere literatuurverwijzingen.
Zie o.a. Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 11; Fesevur 1990, nr. 2. Gaat de vordering krachtens subrogatie over, dan gaan de bijzondere verhaalsrechten niet op de nieuwe schuldeiser over (art. 6:151 lid 2 BW). De gesubrogeerde profiteert daardoor evenmin van een eventuele voorrang.
Zie A. van Hees 1989, p. 87; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11* 2009, nr. 259; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.7. Zie achterstelling hierna nr. 463.
Zie hiervóór nr. 187.
261. De bevoegdheid van de oude schuldeiser om de ter zake van de vordering en de nevenrechten bestaande executoriale titels ten uitvoer te leggen, gaat als een nevenrecht van rechtswege op de nieuwe schuldeiser over (art. 6:142 BW).1 Als de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel op een ander overgaat, kan op grond van art. 431a Rv de executie eerst worden aangevangen of voortgezet na betekening van deze overgang aan de geëxecuteerde.2 Op grond van art. 6:143 lid 2 BW rust op de oude schuldeiser de verbintenisrechtelijke verplichting tot afgifte van de executoriale titels of, indien hijzelf belang bij deze titels behoudt, om de nieuwe schuldeiser tot tenuitvoerlegging daarvan in staat te stellen.3 De nieuwe schuldeiser profiteert van een eenmaal gelegd conservatoir of executoriaal beslag.4
Ook de aan de vordering verbonden voorrechten gaan als nevenrechten met de vordering over (art. 6:142 lid 1 BW).5 Hetzelfde geldt voor de aan de vordering verbonden voorrang op grond van de wet, zoals de voorrang van de schuldeiser bij een retentierecht.6
Voor een bijzonder verhaalsrecht en de daaraan eventueel verbonden voorrang geldt hetzelfde.7 De nieuwe schuldeiser kan zich op het goed verhalen met de daaraan verbonden voorrang die aan de oude schuldeiser toekwam. Op het bodembeslagrecht en het retentierecht die op een goed rusten dat niet aan de schuldenaar toebehoort, wordt hieronder ingegaan. Het recht van de schuldeiser dat voortvloeit uit een overeenkomst van achterstelling van een andere schuldeiser (junior) met dezelfde schuldenaar (art. 3:277 lid 2 BW) is een nevenrecht van de vordering die toebehoort aan de schuldeiser ten behoeve van wie de achterstelling plaatsvindt (senior).8
262. Voor de stille cessie geldt in beginsel hetzelfde. Door de overgang van de vordering gaan op grond van art. 6:142 BW de bijzondere verhaalsrechten op de stille cessionaris over, alsmede de aan de vordering verbonden voorrechten, de voorrang op grond van de wet en de bevoegdheid om de ter zake van de vordering en de nevenrechten bestaande executoriale titels ten uitvoer te leggen. Het ligt voor de hand dat zolang de stille cessionaris niet overgaat tot de tenuitvoerlegging van de executoriale titel, betekening daarvan ex art. 431a Rv achterwege kan blijven.9 De stille cessionaris is in beginsel bevoegd om zich op alle goederen van de schuldenaar te verhalen.