RVR 2013/41
Erfpacht. Vervangende machtiging. Wat is een redelijke grond van de erfverpachter tot weigering om toestemming te geven tot overdracht?
Rb. Amsterdam 28-01-2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0640 (Stork/Staat)
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
28 januari 2013
- Magistraten
Mr. C.L.J.M. de Waal
- Zaaknummer
EA 12-2219
- LJN
BZ0640
- Roepnaam
Stork/Staat
- JCDI
JCDI:ADS913591:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0640, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 28‑01‑2013
- Wetingang
Essentie
Erfpacht. Vervangende machtiging.
Wat is een redelijke grond van de erfverpachter tot weigering om toestemming te geven tot overdracht?
Samenvatting
Verzoeker, Stork, heeft een perceel grond van de Staat in erfpacht waarop (rechtsvoorgangers) van Stork sinds 1931 gebouwen hebben geplaatst waarin machines werden gebouwd en onderhouden. Deze werkzaamheden hebben tot bodemverontreiniging geleid. Stork heeft een overeenkomst gesloten met een woningbouwvereniging. Daarbij neemt de woningbouwvereniging de grond over voor € 1 onder de verplichting om alle bodemsaneringskosten voor haar rekening te nemen. Bij niet voldoening aan de saneringsverplichtingen verbeurt de woningbouwvereniging een boete van € 2.500.000.
De Staat weigert de overdracht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.