NJB 2023/1331
Verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting, art. 6 EVRM: de verdachte of zijn raadsman moet concreet de omstandigheid aanvoeren die aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag ligt. Als zo’n omstandigheid niet wordt aangevoerd, mag de rechter het verzoek om die reden afwijzen. In casu kon hof oordelen dat de raadsman niet aan dit motiveringsvereiste heeft voldaan, in aanmerking genomen dat de raadsman slechts een verklaring heeft gegeven dat hij zojuist pas contact heeft kunnen leggen met de verdachte en verder uitsluitend heeft volstaan met de stelling dat de verdachte gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht. A-G: anders.
HR 16-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:720
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 mei 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
21/03786
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:720, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:329, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑07‑2022
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting, art. 6 EVRM: de verdachte of zijn raadsman moet concreet de omstandigheid aanvoeren die aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag ligt. Als zo’n omstandigheid niet wordt aangevoerd, mag de rechter het verzoek om die reden afwijzen. In casu kon hof oordelen dat de raadsman niet aan dit motiveringsvereiste heeft voldaan, in aanmerking genomen dat de raadsman slechts een verklaring heeft gegeven dat hij zojuist pas contact heeft kunnen leggen met de verdachte en verder uitsluitend heeft volstaan met de stelling dat de verdachte gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht. A-G: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.