25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.1:70.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.1
70.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/02, 28483, 3, p. 6-7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De huidige Awb is niet gelijk aan de Awb die 25 jaar geleden in werking is getreden. Vele wijzigingen en aanvullingen worden in deze bundel beschreven. De definitie van het begrip besluit is al die jaren niet veranderd. Vanaf de inwerkingtreding van de Awb, bepaalt artikel 1:3 lid 1 dat een besluit schriftelijk is. De interpretatie van het schriftelijkheidsvereiste is wél met de tijd meegegaan. In het kader van de totstandkoming van de Wet elektronisch bestuurlijk verkeer, is door de regering gesteld dat aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan, als een beslissing door middel van schrifttekens kenbaar is. Die schrifttekens kunnen op papier staan, maar het kan ook een andere informatiedrager zijn. De regering spreekt in dit verband over een ‘ruime, dynamische uitleg van het begrip ‘schriftelijk’’.1
Met ingang van 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van kracht. Deze wet introduceerde voor bestuursorganen de verplichting om besluiten elektronisch vast te stellen. Om die verplichting te operationaliseren, worden in paragraaf 1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) specifieke eisen aan de besluitvorming gesteld. In het bijzonder op het punt van de beschikbaarstelling en de borging van de authenticiteit van het elektronische besluit. In deze bijdrage wordt bezien of (1) elektronische besluiten voldoen aan de eis van schriftelijkheid, en (2) de eisen die krachtens de Wro gelden voor elektronische besluiten, te herleiden zijn tot de regels die hoofdstuk 2 van de Awb voor het elektronisch verkeer bevat.
Wat een elektronisch besluit is, komt aan de orde in paragraaf 2. Paragraaf 3 gaat over de beschikbaarstelling en de borging van de authenticiteit. Paragraaf 4 maakt een uitstapje naar een complicatie die elektronische besluitvorming heeft in relatie tot het zelf in de zaak voorzien door de bestuursrechter. Afgesloten wordt met een conclusie (paragraaf 5).