25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.5:70.5 Conclusie
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.5
70.5 Conclusie
Documentgegevens:
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik doel op de komst van de Omgevingswet; zie daarover de bijdrage van Gerrit van der Veen aan deze bundel en bijv. J. Struiksma, ‘Digitaal Stelsel Omgevingswet. Uithuilen en opnieuw beginnen’, WPNR 2018, 7179, p. 58.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat brengt mij terug bij de inleiding van deze bijdrage. Zijn elektronische besluiten schriftelijk als bedoeld in art: 1:3 van de Awb? Als schriftelijk inhoudt dat een besluit moet bestaan uit voor de mens toegankelijke leestekens, dan luidt het antwoord ontkennend. Gelet op het toenemende belang van elektronische besluitvorming in het digitale tijdperk – en zeker in het toekomstige omgevingsrecht1 – is een ruimere uitleg van hetgeen onder schriftelijk wordt verstaan, het overwegen waard. Die uitleg betekent dat een besluit ook kan bestaan uit een door het bestuursorgaan gewaarmerkt bestand. Zo’n ‘extra dyna- mische uitleg’ heeft als voordeel dat algemene regels ten aanzien van het elektronisch besluiten – bijvoorbeeld een regel die bepaalt dat bij wettelijk voorschrift regels kunnen worden gesteld ten aanzien van de authenticiteit van een besluit – onder de reikwijdte van (hoofdstuk 3) van de Awb kunnen worden gebracht. Dat kan nu niet, omdat de Awb het elektronische besluit niet kent.