Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/2.2.1
2.2.1 Rechten en plichten
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657398:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Meijers 1958, p. 71-79, die het subjectieve recht vooral een ordenende functie toedicht, en Suijling 1927, p. 5860, die een onderscheid maakt tussen rechtsbetrekkingen en subjectieve rechten.
Zie bijvoorbeeld Haas 2009.
Zie bijvoorbeeld Lindenbergh 2020, p. 75 e.v.
Zie ook: Asser/Scholten Algemeen deel* 1974/4.
Hohfeld 1913, p. 30-55. Vgl. ook Suijling 1927, p. 58-60 e.v., die een vergelijkbaar overzicht geeft, zij het conceptueel iets minder duidelijk. Zo rekent hij zowel de vorderingsrechten als de eigendom tot de subjectieve rechten. Dat is niet geheel onjuist, maar maakt m.i. onvoldoende duidelijk dat de mogelijkheid iets te kunnen vorderen verschilt van het privilege te doen wat men wil en de bevoegdheid deze positie aan anderen over te dragen.
Het verdient opmerking dat de eerste twee rechten primair zijn, in de zin dat ze op zichzelf kunnen bestaan, maar dat de laatste twee het bestaan van de eerste veronderstellen. Zie Hurd & Moore 2018, p. 301.
Het draait er daarbij niet alleen om dat men een bepaalde handeling verdient, maar ook dat men daar aanspraak op kan maken, zie Feinberg 1970, p. 249-250.
Hohfeld 1913, p. 30-55. Daar hoort nog de kanttekening bij dat ieder concept behalve een correlatief bij een ander ook een conceptueel spiegelbeeld heeft. Een ‘no-right’ is het tegenovergestelde van een ‘right’, een duty van een privilege, een disability van een power, en een liability van een immunity. Voor de doeleinden van deze dissertatie is die conceptuele onderverdeling minder van belang.
De term ‘recht’ wordt in het Nederlandse recht meestal gebruikt ter omschrijving van het subjectieve recht, zoals het recht van eigendom op een zaak.1 In die betekenis is een recht een bundel van bevoegdheden (ik mag in beginsel doen met de zaak wat ik wil) en aanspraken op het vrij zijn van inmenging (ik behoef geen inmenging van anderen te dulden en kan een bevel ter voorkoming daarvan vorderen).2 We spreken echter ook van een ‘recht op nakoming’3 of een ‘recht op schadevergoeding’4 Het woord ‘recht’ heeft daar een andere betekenis. Niet alleen is de eerste variant absoluut (i.e. geldend tegenover iedereen) terwijl de tweede relatief is (i.e. alleen geldend tegenover een bepaalde partij), maar met die eerste bedoelen we méér dan alleen een aanspraak.5
Hohfeld wees in 1913 op een vergelijkbare verwarring in de common law ten aanzien van het concept right. In zijn optiek is het nodig om dat begrip op te splitsen om zo de juridische discussie in betere banen te leiden. Hoewel de context van het 21e-eeuwse Nederlandse recht een andere is, zijn zijn bevindingen niet minder behulpzaam. Hohfeld omschrijft hoe het concept ‘right’ gebruikt kan worden in de zin van een claim right, een privilege, een power, en een immunity. De eigenaar van een stuk land heeft het recht anderen te verbieden op zijn land te lopen (claim right), hij is zelf wel vrij dat te doen (privilege) en hij mag zijn recht op een ander overdragen om zo de juridische verhoudingen aan te passen (power), maar is dat aan niemand verplicht (immunity).6 Al deze concepten kunnen worden vervangen door het woord recht: ik heb het recht vrij te zijn van eigendomsinbreuken, ik heb het recht op mijn land te doen wat ik wil, ik heb het recht mijn land over te dragen, en ik heb het recht zelf te beslissen of ik dat doe of niet.7
Maar Hohfeld’s benadering is voor deze dissertatie vooral op een andere manier belangrijk. Hij wijst er namelijk op dat al deze concepten pas betekenis krijgen als zij worden geduid in relatie tot anderen. Al deze ‘rechten’ hebben een evenknie bij een of meer anderen.8 Die correlatieven zijn respectievelijk een duty, een no-right, een liability, en een disability. Iedereen is verplicht niet zonder toestemming het land van een ander te betreden (duty), is ook niet vrij om dat te doen (no-right), moet dulden dat het land wordt overgedragen (liability) en kan de eigenaar niet dwingen dat te doen (disability).9
In deze dissertatie zal de term ‘recht’ voornamelijk gebruikt worden in de zin van claim right of ‘aanspraak’. Binnen het delictuele aansprakelijkheidsrecht vervullen immers zowel de norm als de remedie doorgaans die functie. Neem het geval waarin B de auto van A vernielt. A’s eigendomsrecht geldt weliswaar ‘tegenover iedereen,’ maar moet in deze civiele procedure evengoed worden geïndividualiseerd. Voor de vernieling was B onder een duty de auto van A niet te vernielen. Die duty gaf A een claim right op eerbiediging van zijn eigendom. Als A na de beschadiging vervolgens schadevergoeding vordert, verandert aan die structuur vrij weinig: hij heeft een claim right (aanspraak) op de vergoeding van zijn schade en de gedaagde is onder een correlerende duty (rechtsplicht)die schade te vergoeden. Waar in deze dissertatie wordt gesproken over een ‘plicht’ wordt ook steeds gedoeld op een ‘relatieve’ of ‘relationele’ plicht, waarvan nakoming verschuldigd is aan een of meer aanwijsbare anderen die een met die plicht correlerende aanspraak hebben. In overeenstemming met deze terminologie zal ik partijen die nog niet een procedure zijn verwikkeld aanduiden als ‘gerechtigde’ en ‘verplichte.’ Zijn ze dat wel, dan noem ik ze gewoon eiser en gedaagde.