Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.2.1.1
5.2.1.1 Algemeen
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS471954:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 384. Zie ook Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/120.
MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 384. Vgl. Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/258. Zie ook Faber 2000, p. 177.
MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 384. Vgl. Kortmann 1993, p. 100, die moeite heeft met een bezitsverschaffing bij voorbaat ten aanzien van goederen waarvan de vervreemder vooralsnog geen bezitter is.
TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 382 en 402; en MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 384.
TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 402 en MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 384.
177. De vervulling van de voorgeschreven wijze van levering roept ten aanzien van toekomstige roerende zaken, niet-registergoederen een aantal vragen op. Een eerste blik op de toepasselijke wetsbepalingen suggereert dat de te verrichten formaliteiten afhankelijk zijn van het antwoord op de vraag of de toekomstige zaak zich reeds in de macht van de vervreemder bevindt. Roerende zaken, niet-registergoederen, die in de macht van de vervreemder zijn, worden immers geleverd door middel van bezitsverschaffing (art. 3:90 lid 1 BW). Voor roerende zaken die zich niet in de macht van de vervreemder bevinden, is een levering door middel van een akte op de voet van art. 3:95 BW de aangewezen weg. “Macht” betekent hier het rechtstreeks of via een derde ter beschikking hebben van de zaak, zodanig dat het mogelijk is een ander bezit daarvan te verschaffen.1 Hieruit mag echter niet worden afgeleid dat de levering van toekomstige zaken die niet reeds ter beschikking van de vervreemder staan steeds op de voet van art. 3:95 BW dient te geschieden. De woorden “in de macht van de vervreemder” in art. 3:90 lid 1 BW beletten niet dat toekomstige roerende zaken op de voet van deze bepaling bij voorbaat kunnen worden geleverd.2
Voor de levering bij voorbaat van een toekomstige roerende zaak is niet noodzakelijk dat in afwachting van de verkrijging van de zaak het bezit daarover alvast wordt verschaft. De betekenis van art. 3:97 BW in verhouding tot art. 3:90 lid 1 BW is dat de toekomstige zaak bij voorbaat geleverd kan worden door vooruit te lopen op de hoedanigheid van de vervreemder als bezitter.3 De benodigde verklaringen of handelingen kunnen bij voorbaat worden verricht in afwachting van de verkrijging van de zaak. Het bezit, en als gevolg daarvan de eigendom, zal pas aan de verkrijger zijn verschaft zodra de vervreemder zelf het bezit en de eigendom heeft verworven.4
De levering van toekomstige roerende zaken zal steeds mogelijk zijn in de vorm van een anticiperend ‘constitutum possessorium’.5 In voorkomende gevallen kan de levering ook bij voorbaat worden verricht door andere vormen van anticiperende bezitsverschaffing, zoals door middel van een ‘traditio brevi manu’, een ‘traditio longa manu’. In het geval van een relatief toekomstige zaak is zelfs een feitelijke overgave bij voorbaat denkbaar. Voor een levering op de voet van art. 3:95 BW is geen bijzondere rol weggelegd. De betekenis van dit wetsartikel is voor toekomstige goederen even beperkt als voor tegenwoordige goederen.