NJB 2023/832
Vennootschapsbelasting. Waardering pensioenverplichting. Hoogte rekenrente.
HR 17-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:324
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2023
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools
- Zaaknummer
20/02644
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:324, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:70, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
- Wetingang
(art. 8 VPB 1969 jo. art. 3.29 Wet IB 2001; art. 1Protocol I EVRM)
Essentie
Vennootschapsbelasting. Waardering pensioenverplichting. Hoogte rekenrente.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
Waardering pensioenverplichting
‘2.1.1
Belanghebbende houdt alle aandelen in een besloten vennootschap waarmee zij een fiscale eenheid vormt (…).
2.1.2
Op 31 december 2013 heeft belanghebbende haar pensioenverplichting jegens haar bestuurder en enig aandeelhouder (hierna: de dga) en diens echtgenote overgedragen aan haar hiervoor bedoelde dochtervennootschap (hierna: Pensioen BV) tegen een commerciële waarde van € 2.000.585. Het pensioen is op 1 januari 2014 ingegaan.
2.1.3
Op basis van een afspraak met de Inspecteur (…) werd de pensioenverplichting tot de pensioeningangsdatum bepaald op commerciële grondslagen, met inachtneming van een rekenrente van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.