De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.1.1:9.1.1 De opbouw van dit hoofdstuk
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.1.1
9.1.1 De opbouw van dit hoofdstuk
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366051:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opbouw van het vervolg van dit hoofdstuk 9 loopt parallel aan de opbouw van hoofdstuk 8. Eerst wordt uiteengezet wat het proportionaliteitsvereiste inhoudt als het gaat om eindvoorzieningen (par. 9.2). Vervolgens wordt besproken in hoeverre het proportionaliteitsvereiste anders uitpakt ten aanzien van onmiddellijke voorzieningen (par. 9.3), respectievelijk het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen (par. 9.4).
Par. 9.2 begint met een uiteenzetting van de redenen waarom het proportionaliteitsvereiste moet worden toegepast bij het treffen van eindvoorzieningen (par. 9.2.1). Daarna volgt een uiteenzetting van de factoren aan de hand waarvan moet worden bepaald of eindvoorzieningen proportioneel zijn (par. 9.2.2). Par. 9.2.3 bespreekt de verhouding tussen dit proportionaliteitsvereiste en de proportionaliteitsvereisten die volgen uit art. 1 EP en art. 11 EVRM.
Tot slot gaat par. 9.5 in op de betekenis van het proportionaliteitsvereiste voor verzoeken tot wijziging, aanvulling en beëindiging van (onmiddellijke) voorzieningen.