Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/431
Pensioenrecht. Verjaring (art. 3:308 BW). Tijdstip opeisbaar worden premievordering bedrijfstakpensioenfonds (art. 26 Pw). Vervolg op HR 9 april 2021, NJ 2021/206 (Booking.com).
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:423
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01556
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Sociale zekerheid ouderen / Pensioen
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:423, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1082, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑05‑2024
- Wetingang
Art. 3:308 BW; art. 26 Pw
Essentie
Pensioenrecht. Verjaring (art. 3:308 BW). Tijdstip opeisbaar worden premievordering bedrijfstakpensioenfonds (art. 26 Pw). Vervolg op HR 9 april 2021, NJ 2021/206 (Booking.com).
Samenvatting
De verjaring van een vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van premie wordt beheerst door art. 3:308 BW. De verjaringstermijn van art. 3:308 BW vangt aan op de dag, volgende op die waarop de vordering van het bedrijfstakpensioenfonds op de werkgever tot betaling van de premie over een bepaalde periode opeisbaar is geworden of geacht wordt opeisbaar te zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.