Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2.3:17.2.3 Overige verdragen
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2.3
17.2.3 Overige verdragen
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS453391:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sinds de inwerkintreding van Protocol 9. bij het EVRM (Trb. 1992, 78).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste vorm van op verdragen gebaseerd vertrouwen betrof vertrouwen gebaseerd op andere dan samenwerkingsverdragen, zoals mensenrechtenverdragen. Deze vorm loopt binnen de EU deels samen met het vertrouwen gebaseerd op het bredere samenwerkingsverband van de EU dat gebaseerd is op de twee eerdergenoemde EU-verdragen. In mensenrechtelijke zin kan daarbij niet onvermeld blijven de binding aan het Handvest voor de Grondrechten die er sinds Lissabon ook formeel is. Daarnaast spelen andere, bestaande mensenrechtenverdragen een rol, soms zelfs in versterkte vorm. Voorwaarde voor lidmaatschap van de EU is altijd geweest toetreding tot het EVRM. Maar nu het individueel klachtrecht bij elke EVRM-staat toch een gegeven is,1 is er op dit punt weinig verschil met EVRM-staten die niet bij de EU horen. Dat kan anders worden wanneer de EU zelf toetreedt tot het EVRM en een verdergaande toetsing in Straatsburg van strafrechtelijke samenwerking in EU-verband mogelijk wordt. Dat hangt echter wel af van de precieze voorwaarden van toetreding. Daarover is vooralsnog te veel onduidelijk om er hier concreter op in te kunnen gaan.
Een belangrijke verandering, die zich voor een deel reeds heeft gemanifesteerd en de komende jaren verder zal worden uitgebouwd, is de ontwikkeling van minimumeisen die aan het strafrecht en strafprocesrecht van de lidstaten worden gesteld. Wij hebben gezien dat dit onderdeel is van de vertrouwensagenda. Wanneer deze minimumnormen en procedurele waarborgen in werking zijn, zou dat het vertrouwen dat de lidstaten daadwerkelijk in elkaar hebben moeten verhogen, in elk geval wanneer het om vraagpunten gaat die onder deze voorstellen vallen.