Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.2.2.2
7.2.2.2 Rechtshandhavingsfunctie
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576390:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Lindenbergh 2008, p. 8.
Lindenbergh 2008, p. 8.
Van Nispen 2003, p. 2. Zie ook Duk 1973, p. 7-9. Duk beschouwt sancties niet als essentieel voor recht.
Al zijn hier weer uitzonderingen op te maken. Zo is de handhaving van het internationaal recht niet altijd vanzelfsprekend, gelet op de feitelijke machtsverhoudingen in de wereld. In het burgerlijk recht valt bijvoorbeeld te denken aan de problematiek van handhaving en natuurlijke verbintenissen. Een natuurlijke verbintenis is rechtens niet afdwingbaar. Van een natuurlijke verbintenis kan geen nakoming worden bevolen en ontstaat geen aanspraak op schadevergoeding. Zie Toelichting-Meijers, p. 466-467 op art. 6.1.1.4, Parl. Gesch. Boek 6, p. 85 (TM). Zie Van Nispen 2003, p. 2. Zie over de natuurlijke verbintenis ook Smits 2003, p. 71-76. Zie voorts de dissertatie van Wessels 1988.
Van Nispen 2003, p. 6. In geval schadevergoeding als compensatie voor schade de enige mogelijkheid is ontstaat in sommige gevallen een handhavingtekort. Zie bijvoorbeeld Bolt & Lening 1993, p. 77 e.v. en Verheij 2002, p. 445. Vgl. over het effectuerend handhaven van het privaatrecht ook Van Boom 2007, p. 982-991. Zie ook Lindenbergh 2008, p. 6-16.
Naast schadevergoeding, boetes en dwangsommen veroorzaakt een mededingingsovertreding veelal ook reputatieschade. Bekende ondernemingen vinden de negatieve publiciteit die het gevolg is van een overtreding van de mededingingsregels vaak nog erger dan de eventuele boetes, dwangsommen en te betalen bedragen aan schadevergoeding. De prikkel die uitgaat van boetes, dwangsommen en schadevergoedingen moet dan ook niet als enig werkend instrument worden gezien.
Lindenbergh 2008, p. 9-10.
Vgl. Tzankova 2005, p. 20-21.
Lindenbergh ziet het schadevergoedingsrecht als een fundamenteel element van onze rechtsstaat, nu het schadevergoedingsrecht een belangrijke bijdrage levert aan de rechtshandhaving waarop het aansprakelijkheidsrecht is gericht.1 Bloembergen ziet rechtshandhaving veeleer als een bijproduct van schadevergoeding en niet als doel van schadevergoeding.2 Daar stelt Lindenbergh tegenover dat het schadevergoedingsrecht 'een "bijproduct" is van het aansprakelijkheidsrecht, waarin het primair gaat om handhaving van rechten of aanspraken.' Bij die laatste opvatting kan de kanttekening worden geplaatst dat bijna á het recht tevens is gericht op rechtshandhaving. Dit hangt samen met de vraag wat onder de noemer rechtshandhaving wordt verstaan. Gezegd zou kunnen worden dat er bij aansprakelijkheid vaak rechten of normen geschonden zijn en dat men voor het verleden compensatie voor de schending van die geschonden rechten of normen zoekt. Iets anders is dat de compensatie als sanctie kan worden gezien waar een preventieve werking vanuit gaat, zodat men via die sanctie zijn of haar rechten van de toekomst bewaakt. Zie over de preventiefunctie ook § 7.2.2.3.
In het in beginsel dwingende karakter van het recht komt het verschil met de moraal naar voren. Het objectieve recht dwingt gehoorzaamheid af door dreiging met sancties bij ongehoorzaamheid. De aanwezigheid van geïnstitutionaliseerde sancties onderscheidt rechtsstelsels dan ook van andere stelsels van gedragsnormen.3 Ook subjectieve rechten kunnen met sancties (schadevergoeding) worden gehandhaafd. Handhaving of de dreiging van het kunnen handhaven van de betreffende norm maakt in beginsel onderdeel uit van al het geldende (positieve) recht. In zoverre is rechtshandhaving niet een kenmerkend onderscheid van het aansprakelijkheidsrecht of het schadevergoedingsrecht ten opzichte van elk ander geldend (positief) recht.4 De opvatting dat sanctionering binnen het privaatrecht gericht moet zijn op een zo goed mogelijke handhaving van rechtsnormen, heeft de laatste tijd wel meer bijval gekregen.5
Voor wat betreft de handhaving van het mededingingsrecht is het voorkomen van een schending van de mededingingsregels beter, maar ingeval een overtreding van de mededingingsregels heeft plaatsgevonden zou de handhaving van het mededingingsrecht kunnen worden belemmerd door het uitblijven van een recht op schadevergoeding. Bij de handhaving van het mededingingsrecht doet zich echter de situatie voor dat naast de privaatrechtelijke handhaving tevens de bestuursrechtelijke handhaving door de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten bestaat. De mededingingsrechtelijke norm kan, ook bij het ontbreken van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, bestuursrechtelijk gehandhaafd worden. De gelaedeerde is bij de bestuursrechtelijke handhaving wel volledig afhankelijk van het wel of niet handhaven door de overheid. De overheid (in de vorm van de Commissie of de nationale mededingingsautoriteiten zoals in Nederland de NMa) besluit of er publiekrechtelijk wordt gehandhaafd in een concrete zaak of niet. Daarnaast zou de prikkel voor de laedens om zich aan de mededingingsregels te houden minder groot zijn, nu naast de eventuele betaling van een (bestuurlijke) boete of een dwangsom geen schadevergoeding hoeft te worden betaald aan de gelaedeerde(n).6 Het uitblijven van een recht op schadevergoeding zou te betreuren zijn, nu de privaatrechtelijke handhaving juist een waardevolle aanvulling biedt op de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.
Lindenbergh wijst terecht op het feit dat het schadevergoedingsrecht als sanctie slechts tanden heeft voorzover er sprake is van schade van betekenis en dat schadevergoeding als sanctie bovendien weinig indruk maakt indien het met een normschending behaalde voordeel groter is dan de te vergoeden schade.7 Deze problematiek speelt ook bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht een rol. In totaal zal de totale omvang van de geleden schade weliswaar aanzienlijk zijn, de schade per consument (en soms zelfs per concurrent) zal vaak te weinig zijn voor de betreffende consument (of concurrent) om tijd, kosten en energie te steken in de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht (zie voor een nadere bespreking ook hoofdstuk 8 (collectieve acties)).8 Tevens kan het zo zijn dat het behaalde voordeel als gevolg van het sluiten van een kartelovereenkomst of het misbruik maken van een machtspositie groter is dan de schade die uiteindelijk zal moeten worden vergoed aan de concurrenten en consumenten.